De val van het atheïsme
Een keerpunt in de geschiedenis.
Er bestaan veelbetekenende keerpunten in
de geschiedenis van de mensheid en wij leven momenteel in
één daarvan. Sommigen noemen het globalisatie
en sommigen zeggen dat dit het ontstaan is van de "informatie-eeuw".
Dat is waar, maar er is echter nog een belangrijker concept
dan deze twee. Hoewel sommigen zich er niet bewust van zijn,
zijn er grote vooruitgangen geboekt in de wetenschap en
de filosofie in de laatste 20 tot 25 jaar. Atheïsme(1)
, dat sinds de 19de eeuw geheerst heeft over
de wereld van wetenschap en filosofie, is nu op een onvermijdelijke
manier aan het instorten.
Natuurlijk heeft het atheïsme altijd
al bestaan vanaf de oudheid, maar de opkomst van dit idee
begon in feite pas in de 18de eeuw in Europa, met de verspreiding
en de politieke invloed van de filosofie op sommige anti-religieuze
denkers. Materialisten zoals Diderot en Baron d'Holbach
stelden voor dat het universum een opeenhoping van materie
was die altijd had bestaan en dat er niets anders bestond
naast materie. In de 19de eeuw verspreidde het atheïsme
zich nog verder. Denkers zoals Marx, Engels, Nietsche, Durkheim
of Freud pasten atheïstisch gedachtegoed toe op verschillende
gebieden van de wetenschap en filosofie.
De grootste steun voor het atheïsme kwam
van Charles Darwin, die het idee van schepping verwierp
en een theorie van evolutie voorlegde om het tegen te gaan.
Het Darwinisme gaf, naar men veronderstelt, een wetenschappelijk
antwoord op de vraag die atheïsten voor eeuwen verbijsterd
had doen staan: "Hoe zijn mensen en levende wezens
ontstaan?" Deze theorie overtuigde een groot aantal
mensen van haar bewering dat er een mechanisme in de natuur
aanwezig was dat levenloze materie tot leven bracht en miljoenen
verschillende levende soorten eruit voortbracht.
Tegen het einde van de 19de eeuw formuleerden
atheïsten een wereldvisie waarvan zij dachten dat die
alles verklaarde: ze ontkenden dat het universum was geschapen
door te zeggen dat het geen begin had maar altijd al bestaan
had. Ze beweerden dat het universum geen doel had, maar
dat haar orde en evenwicht het resultaat waren van toeval;
ze geloofden dat Marx of Durkheim de geschiedenis en sociologie
verklaard hadden en dat Freud de psychologie verklaard had
op basis van atheïstische vermoedens.
Deze denkbeelden werden echter later in de
20ste eeuw tenietgedaan door wetenschappelijke, politieke
en sociale ontwikkelingen. Vele en verscheidene ontdekkingen
op het gebied van astronomie, biologie, psychologie en sociale
wetenschappen hebben de fundamenten van alle atheïstische
veronderstellingen nietig verklaard.
In zijn boek, "God: The Evidence, The
Reconciliation of Faith and Reason in a Postsecualar World",
schrijft de Amerikaanse geleerde Patrick Glynn van de George
Washington Universiteit: "De laatste twintig jaar van
onderzoek hebben bijna alle belangrijke veronderstellingen
en voorspellingen van een eerdere generatie moderne, seculiere
en atheïstische denkers aangaande de kwestie God omvergeworpen.
Moderne denkers veronderstelden dat de wetenschap zou onthullen
dat het universum eeuwig willekeurig en ongeïnspireerd
is. Maar in plaats daarvan heeft het onverwachte nieuwe
lagen van ingewikkelde orde ontdekt, die getuigen van een
bijna onvoorstelbaar groot meesterontwerp. Moderne psychologen
voorspelden dat religie zou worden ontmaskerd als een neurose
en iets dat te boven zou zijn gekomen; in plaats daarvan
is het op empirische wijze aangetoond dat religieuze toewijding
een vitaal onderdeel is van de fundamentele geestelijke
gezondheid...
Weinigen lijken zich dit te realiseren, maar
het zou nu duidelijk moeten zijn: in de loop van een eeuw
zijn de rollen in het grote debat tussen wetenschap en geloof
volledig omgedraaid. Meteen na Darwin konden atheïsten
en agnostici als Huxley en Russel wijzen naar wat een solide
massa toetsbare theorie leek te zijn, die aantoonde dat
het leven en het universum totaal toevallig waren. Veel
wetenschappers en intellectuelen blijven deze wereldvisie
aanhangen. Maar ze moeten zichzelf steeds vaker in bijna
absurde bochten wringen om het te verdedigen. Vandaag de
dag wijzen de concrete gegevens sterk in de richting van
de God-hypothese." (2)
Wetenschap, dat gepresenteerd werd als de steunpilaar van
de atheïstische/materialistische filosofie, blijkt
het tegenovergestelde te zijn. Zoals een andere schrijver
het zegt: "Het strikte materialisme, dat elk doel,
keuze en spiritualiteit uit de wereld uitsluit, kan simpelweg
de gegevens niet verklaren die binnenstromen vanuit laboratoria
en observatoria." (3)
In dit hoofdstuk zullen we in het kort de
conclusies analyseren waartoe verschillende takken van de
wetenschap gekomen zijn, aangaande deze kwestie en zullen
we onderzoeken wat de komende "na-atheïstische"
periode de mensheid zal brengen.
Kosmologie; het ineenstorten
van het idee van een eeuwig universum en de ontdekking van
de schepping.
De eerste klap die het atheïsme in de
20ste eeuw kreeg vanuit de wetenschap, kwam op het gebied
van de kosmologie. Het idee dat het universum voor altijd
had bestaan werd ontkracht en er werd ontdekt dat het een
begin had. Met andere woorden: het was wetenschappelijk
bewezen dat het uit niets is geschapen.
Dit idee van een eeuwig universum kwam samen
met de materialistische filosofie naar de Westerse wereld.
Deze filosofie, ontwikkeld in het oude Griekenland, verklaarde
dat er niks anders bestaat buiten materie en dat het universum
uit de eeuwigheid komt en naar de eeuwigheid gaat. Toen
in de middeleeuwen de kerk de Westerse gedachten domineerde,
werd het materialisme vergeten. In de moderne periode werden
Westerse wetenschappers en filosofen echter verteerd door
een nieuwsgierigheid naar deze oude Griekse origine en bliezen
de interesse voor het materialisme nieuw leven in.
De eerste persoon die in de moderne tijd een
materialistisch inzicht van het universum voorstelde, was
de beroemde Duitse filosoof Immanuel Kant, hoewel hij geen
materialist was in de filosofische betekenis van het woord.
Kant stelde zich voor dat het universum eeuwig was en dat
elke mogelijkheid alleen gerealiseerd kon worden binnen
deze eeuwigheid. Met het aanbreken van de 19de eeuw werd
het algemeen aangenomen dat het universum geen begin had
en dat er geen moment van schepping was. Daarna kwam dit
idee, vol passie overgenomen door dialectische materialisten
als Karl Marx en Friedrich Engels, de 20ste eeuw binnen.
Dit denkbeeld is altijd verenigbaar geweest
met het atheïsme. Dit is zo omdat wanneer je accepteert
dat het universum een begin had, dit zou betekenen dat God
het geschapen had en de enige manier om dit denkbeeld tegen
te spreken was door te beweren dat het universum eeuwig
was, hoewel deze bewering niet gebaseerd was op wetenschap.
Een hardnekkige aanhanger van deze bewering was Georges
Politzer, die door zijn boek "Principes Fondamentaux
de Philosophie" (de Fundamentele Principes van de Filosofie)
in de eerste helft van de 20ste eeuw uiterst
bekend werd als een aanmoediger van het materialisme en
Marxisme. Terwijl hij uitging van de juistheid van het model
van een eeuwig universum, verzette Politzer zich tegen het
idee van een schepping: "Het universum was geen geschapen
object en als dat het geval zou zijn, dan zou het in een
ogenblik door God geschapen moeten zijn en tot ontstaan
zijn gebracht vanuit niets. Om de schepping toe te geven,
moet men ten eerste het bestaan toegeven van een moment
dat het universum niet bestond en dat iets voortkwam uit
het niets. Dit is iets wat de wetenschap niet kan aanvaarden."
(4)
Door het idee van een eeuwig universum te
steunen tegen dat van de schepping, dacht Politzer dat hij
de wetenschap aan zijn kant had. Kortstondig daarna werd
echter bewezen dat het universum een begin had, zoals Politzer
daar op zinspeelde met zijn woorden: "Als dat het geval
zou zijn, dan moeten we het bestaan van een Schepper accepteren."
Dit bewijs kwam als resultaat van de "Big
Bang" theorie, wellicht het belangrijkste concept in
de astronomie van de 20ste eeuw.
De Big Bangtheorie werd geformuleerd na een
reeks ontdekkingen. In 1929 merkte de Amerikaanse sterrenkundige
Edwin Hubble op dat de sterrenstelsels zich onafgebroken
van elkaar af bewogen en dat het universum aan het uitdijen
was. Als de tijdvloed in een uitdijend universum omgekeerd
zou worden, dan zou naar voren komen dat het hele universum
uit één enkel punt moet zijn gekomen. Sterrenkundigen
die de juistheid van Hubble's ontdekking beoordeelden, werden
geconfronteerd met het feit dat dit ene punt een "metafysische"
toestand van de werkelijkheid was, waarin zich een oneindige
zwaartekracht bevond zonder massa. Massa en tijd ontstonden
door de explosie van dit massaloze punt. Met andere woorden:
het universum is geschapen uit niets.
Aan de andere kant hebben die sterrenkundigen
die vastberaden zijn om zich vast te blijven klampen aan
de materialistische filosofie, met haar fundamentele idee
van een eeuwig universum, geprobeerd vol te blijven houden
weerstand te bieden tegen de de Big Bangtheorie en het idee
van een eeuwig universum in stand te houden. De reden voor
deze poging kan gevonden worden in de woorden van Arthur
Eddington, een bekende materialistische natuurkundige, die
zei: "Filosofisch gezien is het idee van een plotseling
begin van de huidige orde van de natuur weerzinwekkend voor
mij." (5)
Maar ondanks het feit dat de Big Bangtheorie
weerzinwekkend is voor materialisten, is deze theorie steeds
opnieuw bevestigd door concrete wetenschappelijke ontdekkingen.
(6)
In hun observaties die zij in de jaren zestig
van de 20ste eeuw verrichtten, ontdekten twee wetenschappers,
Arno Penzias en Robert Wilson, de radioactieve overblijfselen
van de explosie (kosmische achtergrondstraling). Deze observaties
werden in de jaren negentig geverifieerd door de COBE-satelliet
(Cosmic Background Explorer).
Geconfronteerd met al deze feiten, zijn de
atheïsten in een hoek gedrukt. Anthony Flew, een atheïstische
professor in de filosofie aan de Universiteit van Reading
en de schrijver van "Atheistic Humanism", legt
deze interessante bekentenis af: "Het is algemeen bekend
dat bekennen goed is voor de ziel. Ik zal daarom beginnen
door te bekennen dat de Stratonicische atheïst in verlegenheid
zou moeten worden gebracht door de hedendaagse kosmologische
consensus. Want het lijkt erop dat de kosmologen een wetenschappelijk
bewijs leveren voor datgene waar St.Thomas van beweerde
dat het filosofisch niet bewezen kon worden; namelijk dat
het universum een begin heeft. Zo lang men op gerieflijke
wijze over het universum kan denken als iets dat niet alleen
zonder einde is maar ook zonder begin, blijft het gemakkelijk
om als argument aan te voeren dat haar brute bestaan en
alles wat er wordt aangetroffen, haar meest fundamentele
kenmerken, geaccepteerd zouden moeten worden als de verklarende
uitersten/grondprincipes/eindresultaten. Hoewel ik geloof
dat het nog steeds correct blijft, is het zeker ook niet
gemakkelijk of geriefelijk om deze mening vol te blijven
houden ten overstaan van het Big Bangverhaal."(7)
Een voorbeeld van de atheïstische reactie
op de Big Bangtheorie, kan men zien in een artikel dat in
1989 geschreven is door John Maddox, de redacteur van "Nature",
één van de meest bekende materialistisch-wetenschappelijke
tijdschriften.
In dat artikel, genaamd "Down with the
Big Bang" ("Weg met de Big Bang"), schreef
Maddox dat de Big Bang "filosofisch onaanvaardbaar"
is, omdat "mensen die in de schepping geloven en personen
van dezelfde overtuigingen
een uitvoerige rechtvaardiging
vinden in de doctrine van de Big Bang." Hij voorspelde
ook "dat het onwaarschijnlijk is dat de Big Bang het
volgende decennium zal overleven."(8)
Ondanks Maddox' hoop heeft de Big Bang aan geloofwaardigheid
gewonnen en zijn er vele ontdekkingen gedaan die de schepping
van het universum bewijzen.
Sommige materialisten hebben een relatief logisch denkbeeld
over deze kwestie. De Engelse materialistische natuurkundige
H.P. Lipson accepteert bijvoorbeeld met tegenzin het wetenschappelijke
feit van de schepping. Zo schrijft hij: "Ik denk
dat
we moeten toegeven dat de enige acceptabele uitleg de schepping
is. Ik weet dat dit een gruwel is voor natuurkundigen, zoals
het in feite ook voor mij is, maar we moeten niet iets verwerpen
waar we niet van houden, wanneer het bewijs dat is voortgekomen
uit proeven het ondersteunt." (9)
De slotconclusie waartoe de moderne sterrenkunde
uiteindelijk is gekomen is: tijd en materie zijn geschapen
door een Eeuwige, Machtige Schepper, Die onafhankelijk van
hen beiden (tijd en materie) is. De Eeuwige Macht Die het
universum heeft geschapen waarin we leven is Allah, Die
de Bezitter is van de oneindige Macht, Kennis en Wijsheid.
Natuurkunde en astronomie;
de ineenstorting van het idee van een willekeurig universum
en de ontdekking van het antropische principe.
Een tweede atheïstisch dogma dat onjuist
is gebleken in de 20ste eeuw door ontdekkingen in de astronomie,
is het idee van een willekeurig universum. Het denkbeeld
dat de materie in het universum, de hemellichamen en de
wetten die de relatie tussen hen bepalen, geen doel heeft,
maar het resultaat is van toeval, heeft op drastische wijze
aan geloofwaardigheid ingeboet.
Voor het eerst sinds de jaren '70 (dwz: 1970)
zijn wetenschappers het feit gaan toegeven dat de hele natuurkundige
balans van het universum op een zeer fijne manier is ingesteld,
in voordeel van het menselijke leven. Met de vooruitgang
van onderzoek is er ontdekt dat de natuurkundige, chemische
en biologische wetten van het universum, de fundamentele
krachten zoals de zwaartekracht en elektromagnetisme, de
structuur van atomen en elementen allemaal precies zo geordend
zijn zoals ze behoren te zijn voor menselijk leven. Westerse
wetenschappers hebben dit buitengewone ontwerp het "antropische
principe" genoemd. Dat wil zeggen: elk aspect van het
universum is ontworpen met oog op menselijk leven.
We kunnen de fundamentele punten van het antropische
principe als volgt samenvatten:
- De snelheid van de eerste uitbreiding van
het universum (de kracht van de Big Bang explosie) had precies
de snelheid die het moest hebben. Volgens berekeningen van
wetenschappers is het zo, dat wanneer de uitbreidingssnelheid
meer dan één op een miljard miljard was afgeweken
van haar eigenlijke snelheid, het universum dan ofwel opnieuw
in elkaar zou zijn geklapt voordat het ooit haar huidige
omvang zou hebben bereikt, of anders in elke richting was
gespat zodat het nooit meer te verenigen was geweest. Anders
gezegd: zelfs op het allereerste moment van het bestaan
van het universum was er een haarfijne berekening met de
nauwkeurigheid van een miljardste van een miljard.
- De vier natuurkundige krachten in het universum
(zwaartekracht, zwakke nucleaire kracht, sterke nucleaire
kracht en elektromagnetische kracht) zijn allemaal op het
niveau dat noodzakelijk is om een geordend universum te
hebben en leven te kunnen laten bestaan. Zelfs bij de kleinste
afwijkingen in de krachten (bijvoorbeeld één
op de 1039 (dwz; een 10 met 39 nullen) of één
op de 1028, dat wil grof uitgerekend zeggen: één
op een miljard miljard miljard miljard), zou het universum
alleen maar zijn samengesteld uit straling of uit geen ander
element dan waterstof.
- Er zijn vele andere nauwkeurige regelingen
die de aarde ideaal maken voor menselijk leven: de grootte
van de zon, haar afstand van de aarde, de unieke natuurkundige
en chemische eigenschappen van water, de golflengte van
de zonnestralen, de manier waarop de atmosfeer van de aarde
de gassen vasthoudt die ademhaling mogelijk maken, of het
magnetische veld van de aarde dat op ideale wijze geschikt
is voor menselijk leven. (Zie voor meer informatie over
dit onderwerp: Harun Yahya's boek "The Creation of
the Universe", Al-Attique Publishers, 2001).
Deze gevoelige balans is één
van de opvallendste ontdekkingen van de moderne astrofysica.
De bekende sterrenkundige Paul Davies schrijft in de laatste
paragraaf van zijn boek, "The Cosmic Blueprint"
(De kosmische blauwdruk): "De indruk van het ontwerp
is overweldigend." (10)
In een artikel in het tijdschrift "Nature",
schrijft de astrofysicus W. Press: "Er is een grandioos
ontwerp in het universum, dat de ontwikkeling van intelligent
leven bevordert." (11)
Het interessante hiervan is, dat de meerderheid van de wetenschappers
die deze ontdekkingen hebben gedaan, de materialistische
overtuiging aanhingen en ongewild tot deze conclusie kwamen.
Zij ondernamen hun wetenschappelijke onderzoeken niet in
de hoop een bewijs te vinden voor het bestaan van God; de
meeste van hen, zo niet allemaal, kwamen ondanks hun tegenzin,
tot deze conclusie als de enige uitleg voor het buitengewone
ontwerp van het universum.
In het boek, "The Symbiotic Universe",
bekent de Amerikaanse sterrenkundige George Greenstein dit
feit: "Hoe kan dit mogelijkerwijs gebeurd zijn? (dwz;
dat de natuurkundige wetten zichzelf tot leven wekken).
Wanneer we al het bewijs bekijken, komt constant de gedachte
in me op dat één of andere bovennatuurlijke
instantie, of liever gezegd Instantie, er bij betrokken
moet zijn. Is het mogelijk dat we plotseling, zonder daartoe
de bedoeling te hebben, zijn gestuit op wetenschappelijk
bewijs voor het bestaan van een "Opperwezen"?
Was het God die eraan te pas kwam en zo zorgzaam de kosmos
heeft geschapen in ons voordeel?" (12)
Door zijn vraag te beginnen met: "Is
het mogelijk...", probeert Greenstein, een atheïst,
het duidelijke feit te negeren dat hij is tegengekomen.
Maar vele wetenschappers die de vraag benaderd hebben zonder
vooroordelen, erkennen dat het universum speciaal voor het
menselijke leven is geschapen. Materialisme wordt nu gezien
als een foutief geloof, dat buiten het rijk van de wetenschap
staat. De Amerikaanse geneticus Robert Griffiths erkent
dit feit, wanneer hij zegt: "Als we een atheïst
nodig hebben voor een debat, ga ik naar de filosofie-afdeling.
Aan de natuurkunde-afdeling heb ik dan niet veel."
(13)
In het boek "Nature's Destiny: How the
Laws of Biology Reveal Purpose in the Universe" ("Het
lot van de natuur: Hoe de wetmatigheden van de biologie
een doel in het universum onthullen"), dat onderzoekt
hoe natuurkundige, chemische en biologische wetmatigheden
op verbazingwekkende wijze zijn gecalculeerd op een ideale
manier met het oog op de benodigdheden voor menselijk leven,
schrijft de bekende moleculaire bioloog Michael Denton:
"Het nieuwe beeld dat naar voren is gekomen in de astronomie
van de twintigste eeuw, geeft een dramatische uitdaging
aan de veronderstelling welke binnen wetenschappelijke kringen
heerste tijdens het grootste deel van de laatste vier eeuwen:
dat leven een randverschijnsel en een louter toevallig fenomeen
is in het kosmische stelsel." (14)
In het kort: het idee van een toevallig universum,
wellicht de belangrijkste steunpilaar van het atheïsme,
is onjuist gebleken. Wetenschappers spreken nu openlijk
over de ineenstorting van het materialisme. (15)
De veronderstelling waarvan Allah de onjuistheid heeft bekendgemaakt
in de Qor-aan: "En Wij hebben
de hemel en de aarde en wat daartussen is niet voor niets
geschapen. Dat is een vermoeden van degenen die ongelovig
zijn..." (16) , is ook
door de wetenschap in de jaren '70 (1970) als onjuist bewezen.
De kwantumfysica en de
ontdekking van de Goddelijke Wijsheid.
Eén van de gebieden van de wetenschap
die de materialistische mythe verbrijzelt en positief bewijs
levert voor het theïsme, is de kwantumfysica.
De kwantumfysica heeft te maken met de kleinste
deeltjes materie, wat het "sub-atomische rijk"
genoemd wordt. Op school leert iedereen dat materie is samengesteld
uit atomen. Atomen zijn samengesteld uit een nucleus (kern),
en verschillende elektronen die daaromheen draaien. Een
vreemd feit is dat al deze deeltjes slechts zo'n 0.0001
procent van de atoom vormen. Met andere woorden: een atoom
is iets dat voor 99,9999 procent "leeg" is.
Een zelfs nog interessanter feit is, dat wanneer
de kern en de elektronen verder worden onderzocht, men tot
de ontdekking komt dat die gemaakt zijn van veel kleinere
deeltjes, die "quarks" heten, en dat deze quarks
geen deeltjes zijn in de natuurkundige betekenis, maar gewoon
energie.
Deze ontdekking heeft het klassieke onderscheid
tussen materie en energie gebroken. Het blijkt nu dat er
in het materiële universum alleen maar energie bestaat.
Wat we materie noemen is gewoon "bevroren energie".
Er is zelfs een nog intrigerender feit: de
quarks, die energiepakketjes, handelen op zo'n manier dat
ze omschreven kunnen worden als "bewust". De natuurkundige
Freeman Dyson, zei bij het in ontvangst nemen van de "Templeton
Prize": "Atomen zijn vreemd spul, zich eerder
gedragende als actieve tussenpersonen dan als willoze substanties.
Zij maken onvoorspelbare keuzes tussen alternatieve mogelijkheden
volgens de wetten van de quantummechanica. Het blijkt dat
verstand, als we dat omschrijven als de capaciteit om keuzes
te maken, tot op bepaalde hoogte inherent is aan elke atoom."
(17)
Wat dit betekent is dat er informatie achter
materie zit. Informatie die het materiële rijk voorgaat.
Gerald Schroeder, een MIT-wetenschapper die zowel met natuurkunde
als ook biologie heeft gewerkt en auteur is van het beroemde
boek "The Science of God" ("De Wetenschap
over God"), maakt een aantal belangrijke opmerkingen
over dit onderwerp. In zijn recentere boek, "The Hidden
Face of God: Science Reveals the Ultimate Truth" ("Het
Verborgen Gezicht van God: de Wetenschap Onthult de Uiteindelijke
Waarheid") (2001), legt Schroeder uit dat kwantumfysica,
samen met andere takken van wetenschap, hét gereedschap
is om een universele wijsheid te ontdekken die achter de
materiële wereld zit. Zoals hij het stelt: "Het
heeft de mensheid duizenden jaren gekost voordat een Einstein
ontdekte dat, hoe bizar het ook mag lijken, de basis van
materie energie is; dat materie in feite gecondenseerde
energie is. Het kan nog iets langer duren voordat we ontdekken
dat er een "non-ding" bestaat dat zelfs nog fundamenteler
is dan energie en dat de basis vormt van energie, welke
op haar beurt weer de basis vormt van materie." (18)
John Archibald, een professor in natuurkunde
aan de Princeton University en ontvanger van de "Einstein
Award", heeft hetzelfde feit uitgelegd toen hij zei
dat de "bit" (het binaire cijfer) aanleiding geeft
tot de "it", de substantie van materie.(19)
Volgens Schroeder heeft dit een "diepgaande betekenis":
"De materie/energie relaties, de quantum golf-functies,
hebben een diepgaande betekenis. De wetenschap kan wel eens
de bewustwording naderen dat het gehele universum een uitdrukking
is van informatie, wijsheid, een gedachte, net zoals atomen
tastbare uitdrukkingen zijn van iets vluchtigs als energie."
(20)
De wijsheid is zo'n alwetend "ding"
dat het gehele universum omvat (met zijn kennis): "Eén
enkel bewustzijn, een universele wijsheid, vervult het universum.
De ontdekkingen van de wetenschap, zij die de quantum aard
zoeken van subatomische materie, hebben ons naar het punt
van een verbluffend besef gebracht: alles wat bestaat is
de uitdrukking van deze wijsheid. In de laboratoria ervaren
we het als informatie die zich eerst natuurkundig verbond
als energie en daarna condenseerde tot de vorm van materie.
Elk deeltje, alles dat bestaat, van atoom tot mens, blijkt
een niveau van informatie en wijsheid weer te geven."
(21)
Dit betekent dat het materiële universum
geen doelloze en chaotische hoop atomen is, zoals de atheïstische/materialistische
leerstelling veronderstelt, maar in plaats daarvan een manifestatie
is van wijsheid welke reeds vóór het universum
bestond en welke absolute soevereiniteit heeft over alles
dat bestaat. In Schroeders woorden is het "alsof een
metafysische substraat op al het natuurkundige werd ingeprent."
(22)
Deze ontdekking verplettert de hele materialistische
mythe en onthult dat het materiële universum dat we
zien slechts een schaduw is van een bovenzinnelijk, Absoluut
"Wezen". Dus, zoals Schroeder het uitlegt, is
de kwantumfysica het punt geworden waar wetenschap en theologie
elkaar ontmoeten: "De eeuwenoude theologische visie
op het universum is dat het gehele bestaan de manifestatie
is van een bovenzinnelijke wijsheid, met als manifestatie
daarvan een universeel bewustzijn. Wanneer ik het woord
"wijsheid" vervang door "informatie",
begint de theologie te klinken als kwantumfysica. We kunnen
wel eens getuige zijn van de wetenschappelijke samenvloeiing
van het natuurkundige met het spirituele." (23)
De quantum is werkelijk het punt waar wetenschap
en theologie elkaar ontmoeten. Het feit dat het gehele universum
door een wijsheid vervuld is, is een geheim dat 14 eeuwen
geleden in de Qor-aan was geopenbaard:
"Voorwaar, jullie God is alleen Allah, er is geen god
dan Hij. Hij omvat alle zaken met (Zijn) kennis."
(24)
De natuurwetenschappen: de ineenstorting
van het Darwinisme en de overwinning van het intelligente
ontwerp.
Zoals we in het begin reeds zeiden, was één
van de belangrijkste oorzaken voor de opkomst van het atheïsme
tot haar hoogtepunt in de 19de eeuw, Darwins evolutietheorie.
Met zijn bewering dat de oorsprong van mensen en alle andere
levende dingen lag in natuurlijke mechanismen zonder bewustzijn,
gaf het Darwinisme de atheïsten de gelegenheid waar
zij al eeuwen naar op zoek waren. Daarom werd Darwins theorie
overgenomen door de meest gedreven atheïsten van die
tijd en atheïstische denkers als Marx en Engels verklaarden
deze theorie tot de basis van hun filosofie. Sinds die tijd
heeft de relatie tussen het Darwinisme en het atheïsme
voortgeduurd.
Maar tegelijkertijd is deze grootste steun
voor het atheïsme het dogma dat de grootste klap heeft
ontvangen van wetenschappelijke ontdekkingen in de 20ste
eeuw. De ontdekkingen door verscheidene takken van wetenschap,
zoals de paleontologie, biochemie, anatomie en genetica,
hebben de evolutietheorie vanuit verschillende invalshoeken
verpletterd (zie o.a. het boek "Evolution Deceit",
ook van Harun Yahya). We hebben dit feit veel uitgebreider
behandeld in verscheidene andere boeken en publicaties,
maar we kunnen het hier als volgt samenvatten:
- Paleontologie: Darwins
theorie steunt op de veronderstelling dat alle soorten voortkomen
uit één enkele, gemeenschappelijke voorouder
en dat ze over een lange tijdsperiode van elkaar zijn gaan
verschillen door kleine, geleidelijke veranderingen. Er
wordt aangenomen dat de bewijzen hiervoor ontdekt zullen
worden in de fossiele afdrukken; de versteende overblijfselen
van levende dingen. Maar het onderzoek dat gedurende de
20ste eeuw naar fossielen is verricht, heeft
een volkomen ander beeld opgeleverd. Er is zelfs geen fossiel
gevonden van één enkele tussensoort waarbij
er geen twijfel bestaat of het wel als bewijs kan dienen
voor het geloven in de geleidelijke evolutie van soorten.
Bovendien lijkt elke taxon (25) plotseling
te zijn verschenen in de fossiele afdrukken en er is geen
enkel spoor gevonden van enige voorouders. Vooral het fenomeen
dat bekend staat als de "Cambrian Explosion" is
interessant. In deze vroege, geologische periode, verschenen
bijna alle "phyla" (hoofdgroepen met aanmerkelijk
verschillende lichaamsbouw) van het dierenrijk zeer plotseling.
Deze plotselinge verschijning van vele verschillende categorieën
van levende wezens met volkomen verschillende lichaamsstructuren
en uiterst ingewikkelde organen en stelsels, waaronder weekdieren,
geleedpotigen, echinodermen en (zoals onlangs is ontdekt)
zelfs gewervelde dieren, is een grote klap voor het Darwinisme.
Want, zoals de evolutionisten het er ook over eens zijn,
is voor de plotselinge verschijning van een taxon een bovennatuurlijk
ontwerp nodig, en dit betekent schepping.
- Biologische observaties:
Bij het uiteenzetten van zijn theorie, maakte Darwin gebruik
van voorbeelden van hoe dierenfokkers verschillende soorten
honden en paarden voortbrachten. Hij extrapoleerde (26)
de begrensde veranderingen die hij in deze gevallen waarnam
naar het hele natuurlijke rijk en stelde dat elk levend
wezen op deze manier tot stand kon zijn gekomen uit een
gemeenschappelijke voorouder. Darwin uitte deze bewering
echter in de 19de eeuw, toen het niveau van de
wetenschappelijke geavanceerdheid laag was. In de 20ste
eeuw zijn de zaken drastisch veranderd. Decennia van observatie
en experimenteren met verschillende diersoorten hebben aangetoond
dat de variatie van levende wezens nooit voorbij een bepaalde
genetische grens is gegaan. Darwins grote onwetendheid wordt
aangetoond met zijn verklaringen als: "Ik zie geen
probleem in het feit dat een berenras door natuurlijke selectie
in haar gewoontes steeds meer naar het water trekt, met
een steeds grotere bek, totdat er een wezen voort werd gebracht
dat zo enorm was als een walvis." (27)
 |
Aan de andere kant hebben observaties en experimenten ook
aangetoond dat mutaties, die door het Neo-Darwinisme aan
worden geduid als een evolutionair mechanisme, geen nieuwe
genetische informatie aan levende wezens toevoegen.
- De oorsprong van het
leven: Darwin sprak over een gezamenlijke voorouder,
maar hij heeft nooit vermeld hoe deze eerste gezamenlijke
voorouder tot ontstaan kwam. Zijn enige gissing was dat
de eerste cel zich gevormd zou kunnen hebben als resultaat
van willekeurige chemische reacties "in één
of andere kleine, warme vijver." (28)
Maar evolutionaire biochemisten die een poging ondernamen
om dit gat in het Darwinisme te dichten, kregen te maken
met frustratie. Alle observaties en experimenten toonden
aan dat het in één woord onmogelijk was voor
een levende cel om in levenloze materie tot stand te komen
door willekeurige, chemische reacties. Zelfs de Engelse,
atheïstische Nobelprijs-winnaar Fred Hoyle zei dat
zo'n scenario "vergelijkbaar is met de kans dat een
tornado die over een schroothoop raast een Boeing 747 samen
zou kunnen stellen van het materiaal dat er ligt."
(29)
- Intelligent ontwerp:
Wetenschappers die cellen bestuderen, de moleculen die de
cellen vormen, hun opmerkelijke organisatie in het lichaam
en de ingewikkelde ordening en ontwerp in de organen, hebben
te maken met bewijs van het feit dat evolutionisten sterk
zouden willen verwerpen: namelijk dat de wereld van de levende
dingen doordrongen is van ontwerpen die te ingewikkeld zijn
om ook maar terug te kunnen vinden in enige technologische
uitrusting. Ingewikkelde voorbeelden van vormgeving, inclusief
onze ogen die veel te superieur zijn om te worden vergeleken
met enige camera, de vleugels van vogels die de luchtvaarttechnologie
hebben geïnspireerd, het complexe, geïntegreerde
systeem van de cellen van levende wezens en de opmerkelijke
informatie die ligt opgeslagen in het DNA, hebben de evolutietheorie,
die levende wezens beschouwd als het product van stom toeval,
ongeldig gemaakt.
Al deze feiten hebben het Darwinisme tegen
het einde van de 20ste eeuw in een hoek gedrukt. Vandaag
de dag begint de theorie van het intelligente ontwerp steeds
meer geaccepteerd te worden onder wetenschappers in de Verenigde
Staten en andere westerse landen. Degenen die het idee van
het intelligente ontwerp verdedigen, zeggen dat het Darwinisme
een grote fout is geweest in de geschiedenis der wetenschap
en dat het tot stand kwam als het resultaat van het feit
dat de materialistische filosofie werd opgedrongen aan het
wetenschappelijke paradigma. Wetenschappelijke ontdekkingen
tonen aan dat er een ontwerp zit in levende wezens, welke
de schepping bewijst. De wetenschap bewijst kort gezegd
wederom dat Allah alle levende dingen heeft geschapen.
Psychologie: de ineenstorting
van het Freudianisme en de acceptatie van geloof.
De vertegenwoordiger van de atheïstische
leerstelling in de 19de eeuw op het gebied van psychologie,
was de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud. Freud kwam
met een psychologische theorie welke het bestaan van de
ziel verwierp en de gehele spirituele wereld van mensen
in termen van seksuele en soortgelijke hedonistische beweegredenen
probeerde te verklaren. Maar Freuds grootste aanval was
gericht tegen religie.
In zijn boek, "The Future of an Illusion"
(De toekomst van een illusie), uitgegeven in 1927, stelde
hij dat religieus geloof een soort geestelijke ziekte was
(een neurose) en dat religieus geloof compleet zou gaan
verdwijnen als de mens zich verder zou ontwikkelen. Vanwege
de primitieve wetenschappelijke omstandigheden van die tijd,
werd deze theorie gepresenteerd zonder het vereiste onderzoek
en nasporing en zonder enige wetenschappelijke literatuur
of mogelijkheid tot vergelijking en daarom waren deze beweringen
uiterst gebrekkig. Waarlijk, als Freud vandaag de dag de
mogelijkheid had gehad om zijn stellingen te evalueren,
zou hij zelf verrast zijn door de logische gebrekkigheid
van zijn beweringen en hij zou de eerste geweest zijn die
zulke onzinnige vooronderstellingen zou bekritiseren.
Na Freud ontwikkelde de psychologie zich op
een atheïstische basis. Niet alleen Freud, maar ook
de stichters van andere stromingen van de psychologie in
de 20ste eeuw waren fervente atheïsten.
Twee voorbeelden hiervan waren B.F. Skinner, de stichter
van de behavioristische stroming, en Albert Ellis, de stichter
van de rationele gemoedstherapie. De wereld van de psychologie
verwerd tot een forum voor atheïsme. Een peiling in
1972 onder de leden van de "American Psychology Association"
onthulde dat slechts 1,1 procent van de psychologen in het
land er enig religieus geloof op na hield. (30)
Maar de meeste psychologen die in deze grote misleiding
vielen, waren vernietigd door hun eigen psychologische onderzoeken.
Het werd bekend dat de fundamentele vooronderstellingen
van het Freudianisme door bijna geen enkel wetenschappelijk
bewijs ondersteund werd en dat religie bovendien geen geestelijke
afwijking was, zoals Freud en een paar andere psychologische
theoretici hadden verklaard, maar dat het een basiselement
vormt van geestelijke gezondheid. Patrick Glynn vat deze
belangrijke ontwikkelingen samen: "Toch is het laatste
kwart van de twintigste eeuw niet aardig geweest tegen de
psychoanalytische visie. Het meest veelzeggende is de ontmaskering
geweest van Freuds meningen over religie als volkomen onjuist.
Ironisch genoeg heeft wetenschappelijk onderzoek in de psychologie
de laatste 25 jaar aangetoond dat religieus geloof verre
van een neurose was of een bron van neuroses, zoals Freud
en zijn discipelen beweerden, maar dat het juist één
van de meest consequente correlaten is van complete geestelijke
gezondheid en blijdschap. Studie na studie heeft een krachtige
relatie aangetoond tussen religieus geloof en praktijk aan
de ene kant en gezonde gedragingen met betrekking tot problemen
als zelfmoord, alcohol- en drugsgebruik, echtscheiding,
depressies en zelfs, misschien verrassend, niveaus van seksuele
voldoening binnen het huwelijk, aan de andere kant. Kortom:
de empirische gegevens staan loodrecht tegenover de aangenomen
"wetenschappelijke" consensus van de psychotherapeutische
vaklui." (31)
Tot slot is het, zoals Glynn zegt: "De
moderne psychologie aan het einde van de twintigste eeuw
lijkt zichzelf weer op de hoogte te stellen van de religie."
(32) En zoals hij ook heeft gezegd:
"Het is aangetoond dat een puur seculiere kijk op het
menselijke leven niet alleen op theoretisch vlak heeft gefaald,
maar ook op het praktische vlak." (33)
Met andere woorden: het atheïsme is ook op het gebied
van de psychologie een zware klap toegebracht.
De geneeskunde: de ontdekking
van "hoe de harten rust vinden".
Een andere tak van de wetenschap die geraakt
werd door de ineenstorting van atheïstische veronderstellingen,
was de geneeskunde. Volgens resultaten die door David B.
Larson en zijn team van het "National Institute for
Healthcare Research" verzameld zijn, heeft een vergelijkend
onderzoek onder Amerikanen met betrekking tot het bezoek
aan een gebedshuis zeer interessante resultaten opgeleverd.
Risico's op aderverkalking voor mannen die regelmatig een
gebedshuis bezochten, bedroeg slechts 60 procent van dat
van mannen die niet regelmatig een gebedshuis bezochten.
Onder vrouwen die niet regelmatig een gebedshuis bezochten,
was het zelfmoordpercentage twee keer zo hoog als onder
mensen die wel regelmatig een gebedshuis bezochten. (34)
Seculiere psychologen leggen zulke verschijnselen
over het algemeen uit als iets met een psychologische oorzaak.
In deze zin verheft geloof iemands moreel en draagt het
bij aan zijn welzijn. Er kan wel enige waarheid zitten in
deze uitleg, maar als we het beter bekijken, zien we iets
veel indrukwekkender. Geloof in God is veel sterker dan
enige andere invloed op het moreel. In een uitgebreid onderzoek
naar de relatie tussen religieus geloof en psychische gezondheid,
kwam Dr. Herbert Benson van de "Harvard Medical School"
met enkele interessante resultaten. Hoewel hij geen enkel
religieus geloof had, kwam Benson tot de slotopmerking dat
geloof in God en aanbidding een veel positiever effect hadden
op de menselijke gezondheid dan wat er in enig ander aspect
kon worden gevonden. Benson concludeert dat hij "heeft
ontdekt dat (religieus) geloof de geest tot rust brengt
als geen enkele andere vorm van overtuiging." (35)
Waarom is er zo'n speciale relatie tussen
geloof en de menselijke geest en het lichaam? De slotsom
waartoe Benson, een seculiere onderzoeker, was gekomen,
was, zoals hij het zei, dat de menselijke geest en zijn
lichaam "bedrading hebben voor God." (36)
Dit feit, dat de medische wereld langzaam
aan begint op te merken, is een geheim dat in de Qor-aan
is geopenbaard met het vers: "Weet:
door het gedenken van Allah komen de harten tot rust."
(37) De reden waarom zij die in Allah
geloven, tot Hem bidden en op Hem vertrouwen, mentaal gezonder
zijn dan anderen, is omdat zij in harmonie leven met hun
natuur. Filosofische systemen die tegen de menselijke natuur
ingaan brengen altijd pijn, zorgen, onrust en neerslachtigheid
voor de mensen.
De fundamentele bron van de vrede die ervaren
wordt door een religieus persoon, is dat hij handelt om
de tevredenheid van Allah te winnen. Met andere woorden:
deze vrede is het natuurlijke resultaat van het luisteren
van een persoon naar de stem van zijn geweten. Iemand leeft
niet volgens het zedelijke gedrag van de religie om simpelweg
rustiger of gezonder te zijn. Iemand die met deze intentie
handelt, kan geen vrede vinden in de werkelijke betekenis
van het woord. Allah weet heel goed wat een persoon verborgen
houdt in zijn hart of wat hij onthult. Iemand ervaart alleen
rust van geest door oprecht te zijn en te pogen de tevredenheid
van Allah te verkrijgen. Zoals Allah ons opdraagt: "Wend
dan jouw aangezicht naar de godsdienst als een zuivere monotheïst.
Volg de natuurlijke aanleg, die Allah in de mens geschapen
heeft. Er is geen verandering in de schepping van Allah.
Dat is de juiste godsdienst, maar de meeste mensen weten
het niet." (38)
In het licht van de ontdekkingen die we in het kort hierboven
hebben aangegeven, begint de moderne wetenschap zich bewust
te worden van deze waarheid. Zoals Patrick Glynn zegt: "De
hedendaagse geneeskunde is duidelijk aan het bewegen in
de richting van het bewegen van het erkennen van dimensies
van genezing voorbij het pure materiële." (39)
De samenleving: de val
van het communisme, fascisme en de hippie-droom.
De ineenstorting van het atheïsme in
de 20ste eeuw deed zich niet alleen voor op het gebied van
de astrofysica, biologie, psychologie en de geneeskunde,
maar deed zich ook voor op het gebied van de politiek en
sociale zedelijkheid.
Het communisme mag worden beschouwd als het
belangrijkste politieke resultaat van het 19de eeuwse atheïsme.
De stichters van deze ideologie, Marx, Engels, Lenin, Trotsky
of Mao, namen allemaal het atheïsme als een basisprincipe.
Een primair doel van alle communistische regimes was om
de samenleving het atheïsme aan te laten nemen en religieus
geloof te vernietigen. Stalins Rusland, het Rode China,
Cambodja, Albanië en enkele Oostbloklanden voerden
een immense druk uit op gelovigen tot op het punt van massamoord.
Maar desalniettemin viel dit bloedige, atheïstische
systeem aan het einde van de jaren '80 (van de 20ste
eeuw) in elkaar. Wanneer we redenen van deze dramatische
val onderzoeken, zien we dat dat wat ineen was gestort in
feite het atheïsme was. Patrick Glynn schrijft: "Om
op zeker te spelen, zeiden seculiere historici dat de grootste
vergissing van het communisme was geweest dat ze geprobeerd
hadden de economische wetten te trotseren. Maar er begonnen
ook andere wetten mee te spelen... Nu historici de omstandigheden
van de val van het communisme beginnen in te zien, is het
bovendien steeds duidelijker aan het worden dat de Sovjet-elite
zelf worstelde met een atheïstische "geloofscrisis."
Na geleefd te hebben onder een atheïstische ideologie
- één die bestond uit leugens en gebaseerd
was op een "Grote Leugen" - werd het Sovjet-systeem
geraakt door een radicale demoralisatie, in de volle betekenis
van dat woord. De mensen, inclusief de heersende elite,
verloren elk gevoel van moraliteit en hoop." (40)
Een interessante indicatie van de grote "geloofscrisis"
van het Sovjet-systeem was de poging tot hervorming door
president Michael Gorbachov. Vanaf het moment dat hij het
presidentschap aannam, was Gorbachov geïnteresseerd
in morele problemen, alsook economische hervormingen. Eén
van de eerste dingen die hij bijvoorbeeld deed was het starten
van een campagne tegen alcoholisme. Om het moreel van de
samenleving te vergroten, gebruikte hij een lange tijd een
marxistisch-leninistische terminologie, totdat hij zag dat
dit geen enkele zin had.
Daarna begon hij, in de latere jaren van het
regime, zelfs God te noemen in enkele van zijn toespraken,
hoewel hij zelf een atheïst was. Natuurlijk hadden
deze onoprechte woorden geen enkele zin en de geloofscrisis
in de Sovjet-samenleving begon steeds erger te worden. Het
resultaat was de ineenstorting van het gigantische Sovjet-rijk.
De 20ste eeuw toonde niet alleen de val van het
communisme, maar ook de val van een andere vrucht van de
19deeeuwse anti-religieuze filosofie; het fascisme.
Fascisme is het resultaat van een filosofie welke een mengeling
genoemd kan worden van atheïsme en heidendom en die
zeer vijandig staat tegenover theïstische religies.
Friedrich Nietzsche, die de vader van het fascisme genoemd
kan worden, verheerlijkte de moraliteit van barbaarse, afgodische
samenlevingen, en viel het christendom en andere monotheïstische
religies aan en noemde zichzelf zelfs de "Antichrist."
Nietzsche's leerling, Martin Heidegger, was een begerig
Nazi-aanhanger en de ideeën van deze twee atheïstische
denkers gaven een impuls aan de verschrikkelijke wreedheden
van Nazi-Duitsland. De Tweede Wereldoorlog, die de dood
van 55 miljoen mensen veroorzaakte, is een ander voorbeeld
van de ellende die atheïstische ideologieën als
het fascisme en het communisme over de mensheid hebben gebracht.
Op dit punt moeten we een andere atheïstische
ideologie in het geheugen roepen; Sociaal-Darwinisme, welke
tot de oorzaken behoorde voor het uitbreken van zowel de
Eerste alsook de Tweede Wereldoorlog. In zijn boek genaamd
"Europe since 1870", zet professor geschiedenis
aan de Universiteit van Harvard, James Joll, uiteen dat
achter beide wereldoorlogen de filosofische opvattingen
lagen van Sociaal-Darwinistische Europese leiders, die geloofden
in de mythe dat oorlog een biologische noodzaak was en dat
naties zich ontwikkelden door middel van conflicten. (41)
Er verscheen in westerse democratieën
in de 20ste eeuw nog een ander sociaal gevolg van het atheïsme.
Er is vandaag de dag een tendens gaande om het westen als
de "christelijke wereld" te beschouwen. Er heerst
sinds de 19de eeuw echter een snelgroeiende atheïstische
cultuur binnen de christelijke cultuur, en vandaag de dag
bestaat er een conflict tussen deze twee culturen in wat
we de westerse beschaving noemen. En dit atheïstische
element is de werkelijke oorzaak geweest voor het westerse
imperialisme, morele ontaarding, tirannie en andere negatieve
uitingen.
In zijn boek, "God: The Evidence",
vestigt de Amerikaanse schrijver Patrick Glynn de aandacht
op deze kwestie en om de godvrezende en atheïstische
elementen in het westen met elkaar te vergelijken, neemt
hij de voorbeelden van de Amerikaanse en de Franse revolutie.
De Amerikaanse Revolutie was uitgevoerd door gelovigen;
de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring zegt dat iedereen
"door zijn Schepper begiftigd is met bepaalde onvervreemdbare
rechten". Aangezien de Franse revolutie het werk was
van atheïsten, was de Franse Verklaring van de mensenrechten
heel anders, zonder enige verwijzing naar God en vol met
atheïstische en neo-heidense denkbeelden.
De uiteindelijke resultaten van de twee revoluties
waren nogal verschillend: in het Amerikaanse model werd
er een vreedzaam, tolerant milieu gecreëerd, dat religie
en religieus geloof respecteerde, maar in Frankrijk drenkte
de hevige vijandigheid tegenover religie het land in bloed
en ontketende een wreedheid zoals die nog nooit eerder was
gezien. Zoals Glynn zegt: "Er bestaat een interessante,
historische correlatie tussen het atheïsme aan de ene
kant en morele en politieke rampspoed aan de andere kant."
(42)
Glynn merkt op dat pogingen om Amerika te
veranderen in een atheïstisch land, ook de samenleving
schade heeft berokkend. Het feit dat bijvoorbeeld de seksuele
revolutie die zich in de jaren '60 en '70 (20ste eeuw) verspreidde,
een immense sociale schade heeft aangericht, wordt zelfs
geaccepteerd door seculiere historici. (43)
De hippie-beweging was een uiting van deze
sociale schade. De hippies geloofden dat ze een spirituele
bevrijding konden vinden door middel van een seculiere,
humanistische filosofie en door zaken als onbeperkte drugs
en seks. Deze jonge mensen die de straten opgingen met romantische
liedjes, zoals John Lennons "Imagine", waarin
hij sprak van een wereld "zonder landen en ook zonder
religie", ondergingen in feite een massale misleiding.
Het is zelfs zo dat een wereld zonder religie hen tot een
ongelukkig einde bracht. De hippie-leiders van de jaren
'60 (20ste eeuw) pleegden ofwel zelfmoord, of stierven begin
jaren '70 aan door drugs veroorzaakte coma's. Vele andere
jonge hippies deelden hetzelfde lot.
Die jonge mensen van dezelfde generatie die
hun toevlucht zochten in geweld, eindigden uiteindelijk
zelf ook door geweld. De generatie van 1968, die hun rug
toekeerden naar God en religie en zich verbeeldden dat ze
hun heil konden vinden in concepten als revolutie of egoïstische
genotzucht, ruïneerden zowel zichzelf alsook hun eigen
samenlevingen.
Het aanbreken van de
post-atheïstische wereld.
De feiten die we tot nu toe kort hebben samengevat
laten duidelijk zien dat het atheïsme bezig is met
een onafwendbare ineenstorting. Met andere woorden: de mensheid
is zich aan het wenden en zal zich blijven tot God, tot
Allah. De waarheid van deze bewering is niet alleen gelimiteerd
tot de wetenschappelijke en politieke gebieden waarover
we hier hebben geschreven. Van vooraanstaande politici tot
filmsterren en popartiesten; zij die de publieke opinie
in het westen beïnvloeden zijn veel geloviger dan ze
ooit waren. Er zijn mensen die de waarheid hebben gezien
en in Allah zijn gaan geloven, nadat ze jarenlang als atheïsten
door het leven zijn gegaan. (Patrick Glynn, uit wiens boek
we hebben geciteerd, is één van deze ex-atheïsten).
Het feit dat de ontwikkelingen die hebben
bijgedragen aan dit resultaat in dezelfde periode begonnen,
dat wil zeggen, vanaf de tweede helft van de jaren '70 (1975-1980),
is vrij interessant.
Het antropische principe verscheen voor het
eerst in de jaren '70. Wetenschappelijke kritiek op het
Darwinisme begon in deze zelfde tijd luider te klinken.
Het keerpunt tegen het atheïstische dogma van Freud
was een boek met de naam "The Road Less Traveled",
in 1978 uitgegeven door Scott Peck. Om deze reden schreef
Glynn in de uitgave van 1997 van zijn boek dat "de
laatste twintig jaar er een veelbetekenende hoeveelheid
bewijs naar voren is gekomen, die de fundamenten van de
langdurig dominante, moderne seculiere wereldvisie heeft
vernietigd." (44)
Waarlijk, het feit dat de atheïstische
wereldvisie doorelkaar is geschud, betekent dat een andere
wereldvisie de overhand krijgt en dat is geloof in Allah.
Sinds het einde van de jaren '70 (20ste eeuw) (of vanaf
het begin van de 14de eeuw volgens de islamitische kalender),
heeft de wereld een opkomst gezien van religieuze waarden.
Net zoals andere sociale processen gebeurt dit niet in één
dag en de meerderheid van de mensen heeft het misschien
niet eens in de gaten, omdat het zich ontwikkeld heeft over
een lange periode. Maar zij die de ontwikkeling een beetje
aandachtiger bekijken, zien dat de wereld op een groot keerpunt
staat op het gebied van denkbeelden.
Seculiere historici proberen dit proces volgens
hun eigen principes uit te leggen, maar net zoals zij in
grote dwaling verkeren met betrekking tot het bestaan van
Allah, zo vergissen zij zich ook enorm over de loop van
de geschiedenis. In feite beweegt de geschiedenis zich voort
zoals Allah heeft bepaald, zoals de volgende aayah toont:
"Als hoogmoedigen op de aarde
en het slechte beramend. Maar de slechte list treft niemand
dan de beramers ervan. Zij wachten op niets anders dan de
manier (waarop) de vroegeren (werden bestraft). Jij zult
in de handelwijze van Allah nooit een verandering aantreffen
en jij zult in de handelwijze van Allah nooit een afwijking
aantreffen." (45)
Hieruit volgt dus dat de geschiedenis een
doel heeft en zich ontpopt zoals Allah heeft bevolen. En
het bevel van Allah is de voltooiing van Zijn licht: "Zij
willen het Licht van Allah doven met hun monden, maar Allah
wil slechts Zijn Licht volledig laten schijnen, ook al haten
de ongelovigen het." (46)
Deze aayah betekent dat Allah Zijn Licht naar
de mensheid heeft nedergezonden door middel van de religie
die Hij heeft geopenbaard. Zij die ongelovig zijn wensen
het Licht te doven met hun "monden", kennisgevingen,
propaganda en filosofieën, maar Allah zal uiteindelijk
Zijn Licht volledig laten schijnen en de religieuze waarden
de overhand geven op aarde.
Dit kan het "keerpunt in de geschiedenis"
zijn dat aan het begin van dit artikel is genoemd, alsook
getoond is door het bewijs dat we hier hebben geleverd,
alsook de gevolgtrekkingen uit verscheidene ahadieth en
uitspraken van geleerden. En waarlijk, Allah weet het beste.
Conclusie.
We leven in een belangrijke tijd. Het atheïsme,
wat honderden jaren lang door de mens getracht is af te
schilderen als "de weg van verstand en wetenschap",
blijkt niets anders te zijn dan redeloosheid en domheid.
De materialistische filosofie, die de wetenschap probeerde
te gebruiken voor haar eigen doeleinden, is op haar beurt
zelf door de wetenschap verslagen. Een wereld die zichzelf
redt van atheïsme zal zichzelf tot Allah en de religie
wenden. En dit proces is reeds lang geleden begonnen.
Het is duidelijk dat gelovigen belangrijke
plichten hebben in deze tijd. Zij moeten zich bewust zijn
van deze grote verandering in de manier waarop de wereld
denkt, dit interpreteren, goed gebruik maken van de mogelijkheden
die de globalisatie biedt en via deze weg op een effectieve
manier de waarheid brengen. Zij moeten weten dat het fundamentele
conflict van denkbeelden in de wereld speelt tussen atheïsme
en geloof. Het is geen strijd tussen oost en west, want
in zowel het oosten als het westen zijn er mensen die geloven
in Allah en mensen die dat niet doen. Natuurlijk moeten
we geen vijandigheid tonen tegen zulke mensen, maar we moeten
hen zien als mensen die gered moeten worden uit hun dwaling.
De tijd komt vlug naderbij dat veel mensen
die in onwetendheid leven over hun Schepper, gekeerd zullen
worden met geloof in de op handen zijnde postatheïstische
wereld.
1- Atheïsme: het geloof
dat God niet bestaat.
2- Patrick Glynn; "God: The Evidence, The Reconciliation
of Faith and Reason in a Postsecular world", Prima
Publishing, California, 1997, pag. 19, 20 en 53.
3- Bryce Christensen, in een bespreking van Gerald Shroeder's
boek "The Hidden Face of God", Booklist, 15 maart
2001.
4- Georges Politzer, "Principes Fondamentaux de Philosophie",
Editions Sociales, Paris, 1954, p.84
5- S. Jaki, "Cosmos and Creator", Regnery Gateway,
Chicago, 1980, p.54
6- Hoe hard de evolutionisten ook proberen te bewijzen dat
hun theorie klopt, men blijft alleen maar feiten vinden
die het tegengestelde bewijzen, namelijk dat God bestaat.
7- Henry Margenau, Roy Abraham Vargesse, "Cosmos, Bios,
Theos", La Salle IL: Open Court Publishing, 1992, p.241
8- John Maddox, "Down with the Big Bang", Nature,
deel 340, 1989, p.378
9- H.P Lipson, "A Physicist Looks at Evolution",
Physics Bulletin, deel 138, 1980, p.138
10- Paul Davies, "The Cosmic Blueprint", London:
Penguin Books, 1987, p.203
11- W. Press, "A place for Teleology ?", Nature,
deel 320, 1986, s.315
12- George Greenstein, "The Symbiotic Universe",
p.27
13- Hugh Ross, "The Creator and the Cosmos", p.123
14- Michael Denton, "Nature's Destiny: How the Laws
of Biology Reveal Purpose in the Universe", New York,
The Free Press, 1998, p.14
15- Paul Davies and John Gribbin, "The Matter Myth",
Simon & Schuster, New York, 1992, p.10
16- Soerat Saad (38), aayah 27.
17- Zoals is geciteerd in het boek "The Hidden Face
of God", geschreven door Gerald Schroeder, Touchstone,
New York, 2001, p.7
18- Gerald Schroeder, "The Hidden Face of God",
p.8
19- Ibid
20- Ibid., p. 28
21- Ibid, p. xi
22- Ibid., p.48
23- Ibid, xii
24- Soerat Taa Haa (20), aayah 98.
25- Taxon/taxonomie= wetenschappelijke studie van classificatie
en systematiek / theorie en praktijk van het classificeren
van organismen.
26- Extrapoleren = uit iets bekends iets onbekends berekenen.
27- Charles Darwin, "The Origin of Species: A Facsimile
of the First Edition", Harvard University Press, 1964,
p.184
28- Charles Darwin, "Life and Letter of Charles Darwin",
deel II, From Charles Darwin to J.Do Hooker, 29 maart, 1863
29- "Hoyle on evolution", Nature, deel 294, 12
november 1981, p.105
30- Edwin R. Wallace IV, "Psychiatry and Religion:
A Dialogue", in Joseph H. Smith and Susan A. Handelman,
eds., Psychoanalysis and Religion, John Hopkins University
Press, Baltimore, 1990, p. 1005.
31- Patrick Glynn, "God: The Evidence, The Reconciliation
of Faith and Reason in a Postsecular World", Prima
Publishing, California, 1997, p.60-61
32- Ibid., p.69
33- Ibid., p.78
34- Ibid., p.80-81
35- Herbert Benson-Mark Stark: "Timeless Healing",
Simon & Schuste, New York, 1996, p.203
36- Ibid., p.193
37- Soerat Ar-Ra'd (13), aayah 28.
38- Soerat Ar-Roem (30), aayah 30.
39- Patrick Glynn, "God: The Evidence, The Reconciliation
of Faith and Reason in a Postsecular World", Prima
Publishing, California, 1997, p.94
40- Ibid., p.161-162
41- James Joll, "Europe since 1870: An International
History", Penguin Books, Middlesex, 1990, p.102-103
42- Patrick Glynn, "God: The Evidence; The Reconciliation
of Faith and Reason in a Postsecular World", Prima
Publishing, California, 1997, p.161
43- Ibid., p.163
44- Ibid., p.2
45- Soerat Faatir (35), aayah 43.
46- Soerat At-Tawbah (9), aayah 32.