Harun Yahya - Dood Wederopstanding Hel
Dood Wederopstanding Hel

Zeg: "De dood waarvoor gij vlucht zal u zeker treffen. Dan zult gij tot de Kenner
van het onzichtbare en zichtbare teruggebracht worden, en Hij zal u
inlichten over hetgeen gij placht te doen."
(Surah al-Jumu‘ah: 8)

 



BIJGELOVEN EN FEITEN

In de hele geschiedenis, heeft de mens met succes aan vele schijnbaar hardnekkige problemen het hoofd geboden. Maar de dood is onontkoombaar gebleven. Iedereen die op deze aarde verschijnt, wanneer dan ook, is voorbestemd om te sterven. De mens leeft slechts tot een bepaalde dag en sterft dan. Sommigen sterven zeer jong, terwijl zij nog babies zijn. Anderen gaan door alle fasen van het leven en ontmoeten de dood in hun latere jaren. Niets wat een mens bezit, noch eigendommen, succes, status, bekendheid, pracht, vertrouwen, noch schoonheid kunnen de dood afweren. Alle mensen zijn zonder uitzondering hulpeloos tegen de dood en zij zullen zo blijven.

De meerderheid van de mensen vermijdt het om over de dood na te denken. Het komt nooit in hen op dat dit absolute einde hen op een dag zal overkomen. Zij herbergen de bijgelovige overtuiging dat als zij de gedachte ervan vermijden, dit hen immuun voor de dood zal maken. In dagelijkse gesprekken, worden degenen die van plan zijn om over de dood te spreken abrupt onderbroken. Degene die over de dood begint te spreken, opzettelijk of niet, herinnert anderen aan een teken van God en zelfs als deze slechts van een zeer lichte aard is, verwijdert dit de dikke wolk van onachtzaamheid die de ogen van de mensen bedekt. Desalniettemin voelt een meerderheid van mensen die een onverschilige manier van leven leiden, zich ongemakkelijk wanneer dergelijke "verontrustende" feiten aan hen worden voorgesteld. Maar toch, hoe meer zij proberen om aan de gedachte van dood te ontsnappen, des te meer zal het ogenblik van de dood hen obsederen. Hun wat-kan-mij-het-schelen houding zal de intensiteit van de verschrikking en de verbijstering bepalen die zij op het ogenblik van de dood, op de dag des oordeels en tijdens de eeuwige kwelling ervaren.

De tijd werkt de mens tegen. Heeft u ooit van een mens vergehoord die zich tegen het verouderen en de dood heeft verzet? Of, kent u iemand die niet zal sterven? Dit is vrij onwaarschijnlijk! Onwaarschijnlijk omdat de mens hoe dan ook geen invloed heeft op zijn lichaam of op zijn eigen leven. Dat hij zelf niet over zijn geboorte heeft besloten maakt dit feit duidelijk. Ander bewijsmateriaal is de wanhoop tijdens de ontmoeting met de dood. De eigenaar van het leven is Degene Die het aan de mens verleent. En wanneer Hij wilt, neemt Hij het terug. God, de Eigenaar van het leven, informeert de mens hierover in het vers dat hij aan Zijn Profeet heeft geopenbaard:

En Wij hebben geen mens voor jou onsterfelijkheid gegeven. En als jij zou sterven, zouden zij dan eeuwig leven? (Surah al-Anbiya ': 34)

Op dit ogenblik, leven er miljoenen mensen op de wereld. Hieruit concluderen wij dat er talloze mensen zijn verschenen en overleden sinds de schepping van de eerste mens op aarde. Zij zijn allen gestorven zonder uitzondering. De dood is een zeker einde: zowel voor mensen in het verleden als voor de momenteel levende. Niemand kan dit onvermijdelijke eind vermijden. Zoals de Qur'an het weergeeft:

Elke ziel zal de dood ondergaan. En voorzeker zal u op de Dag der Opstanding uw beloning ten volle worden uitbetaald. Wie daarom van het Vuur wordt verwijderd en de Hemel binnengelaten, heeft inderdaad zijn doel bereikt. Het leven dezer wereld is niets dan een middel tot bedrog. (Surah Al ` Imran: 185)

De veronderstelling dat de Dood Toeval of Pech is

De dood komt niet toevallig voor. Zoals dit het geval is met alle andere incidenten, gebeurt het door God's besluit. Net zoals de geboortedatum van een mens voorbestemd is, zo ook de datum van zijn overlijden tot op de allerlaatste seconde. De mens haast zich naar dat laatste ogenblik, ieder uur snel achter zich latend, elke minuut die aan hem wordt verleend. De dood van iedereen, de plaats en tijd, evenals de manier waarop iemand sterft, zijn allemaal voorbestemd. Desondanks, veronderstelt de meerderheid van de mensen dat de dood het laatste punt van een logische opeenvolging van gebeurtenissen is, terwijl de daadwerkelijke redenen slechts bij God bekend zijn. Iedere dag verschijnen er rouwberichten in kranten. Na het lezen van deze verhalen, hoort u waarschijnlijk onwetende commentaren zoals: "Hij had gered kunnen worden, als de nodige voorzorgsmaatregelen genomen waren", of "hij zou niet dood gegaan zijn, als zus en zo was gebeurd." Geen minuut langer of minder kan een persoon leven, behalve de tijd die voor hem wordt bepaald. Mensen die ver verwijderd zijn van het bewustzijn dat door geloof wordt verleend, bekijken de dood als een component van een opeenvolging van toevalligheden. In de Qur'an, waarschuwt God gelovigen voor deze vervormde reden, die typerend voor ongelovigen is:

O gij die gelooft, weest niet als de ongelovigen die over hun broeders, wanneer zij door het land reizen of ten strijde trekken, zeggen: "Waren zij bij ons gebleven, zij zouden niet zijn gestorven of gedood; opdat God dit tot een oorzaak van wroeging in hun (der ongelovigen) hart moge maken. Allah geeft leven en veroorzaakt de dood; God ziet, wat gij doet (Surah Al ` Imran: 156)

Het veronderstellen dat de dood toeval is, is zuivere onwetendheid en onvoorzichtigheid. Zoals het vers hierboven suggereert, geeft dit grote geestelijke angst en onweerstaanbare problemen aan de mens. Voor ongelovigen of diegenen die er niet in slagen geloof te hebben in de Qur'anische betekenis, is het verliezen van een verwant of geliefde een oorzaak van angst en spijt. Door de dood toe te schrijven aan pech of achteloosheid, denken zij dat er enige speling zou kunnen zijn om de dood te vermijden. Dit is de reden welke in feite hun zorg en spijt vergroot. Deze rouw en spijt is echter niets anders dan de kwelling van ongeloof. Desalniettemin, is de doodsoorzaak noch een ongeval, noch een ziekte noch iets anders, in tegenstelling tot de ontvangen wijsheid. Het is zeker God Die al deze oorzaken creëert. Zodra de tijd die aan ons is gegegeven eindigt, eindigt ons leven vanwege deze duidelijke redenen. Ondertussen, zal geen van de materiële middelen die eraan toegewijd zijn om iemand van de dood te redden leven geven. God onderstreept deze goddelijke wet in het volgende vers:

Geen ziel kan sterven zonder Allah's toestemming, daar de tijd is vastgesteld (Surah Al ` Imran: 145).

De gelovige is zich bewust van de tijdelijke aard van het leven van deze wereld. Hij weet dat onze Heer, Die hem al zijn zegeningen gaf waarvan hij in deze wereld van heeft genoten, zijn ziel neemt wanneer Hij dat wilt en hem roept om rekenschap over zijn daden te geven. Aangezien hij echter zijn volledige leven heeft doorgebracht om het goede genoegen van God te verdienen, maakt hij zich niet ongerust over zijn dood. Onze Profeet Mohammed (vrede zij met hem) verwees ook naar deze goede eigenschap in één van zijn gebeden:

Jabir ibn Abdullah vertelde, "toen de Boodschapper van God (vrede zij met hem) het gebed begon reciteerde hij: God is het Grootst; vervolgens zij hij: Voorwaar mijn gebed, mijn offers, mijn leven en mijn dood zijn voor God, Heer der werelden." (Al-Tirmidhi, 262)

Het Vervormde Begrip van het Lot

De mensen onderhouden vele misvattingen over het lot, vooral wanneer de dood aan de orde is. De onzinnige ideeën, b.v. dat men "zijn lot kan verslaan” of "zijn lot kan veranderen" zijn overheersend. Denkend dat hun verwachtingen en veronderstellingen voorbestemd zijn, geloven sommige onintelligente en onwetende mensen dat het lot verandert wanneer gebeurtenissen niet te werk gaan zoals zij voorzien of voorspellen. Zij nemen een onverstandige houding aan en handelen alsof zij het lot vooraf hebben gelezen en dat de gebeurtenissen niet te werk zijn gegaan overeenkomstig wat zij gelezen hebben. Een dergelijke vervormde en tegenstrijdige reden is zeker het product van een beperkte geest, verstoken van een adequaat inzicht in het lot. Het lot is God’s perfecte schepping van alle afgelopen en toekomstige gebeurtenissen tot in de oneindigheid. God is Degene Die de concepten tijd en ruimte uit het niets creëert, Die tijd en ruimte onder Zijn controle houdt en Die niet aan hen is gebonden. De opeenvolging van gebeurtenissen die ervaren werd in het verleden of die zal worden ervaren in de toekomst, wordt per ogenblik gepland en gecreeërd door God.

God creëert de tijd, dus wordt hij er niet door beperkt. Derhalve is het onwaarschijnlijk dat Hij de gebeurtenissen volgt die Hij zelf heeft gecreeërd, samen met degenen die Hij heeft gecreeërd. In deze context is het niet nodig om te zeggen dat God er niet op wacht om te zien hoe de gebeurtenissen eindigen. Vanuit Zijn oogpunt zijn zowel het begin als het einde van een gebeurtenis duidelijk. Op dezelfde manier is er geen twijfel over waar deze gebeurtenis gelegen is in het vliegtuig der eeuwigheid. Alles heeft reeds plaatsgevonden en is geëindigd. Dit is vergelijkbaar aan de beelden op een filmband; net zoals de beelden van een film geen invloed op de film kunnen uitoefenen en het veranderen, kunnen de mensen die hun individuele rollen in het leven spelen de stroom van gebeurtenissen niet beïnvloeden die op de lot-band worden geregistreerd. De mensen hebben geen enkele invloed op het lot. Juist het tegendeel is waar, het is het lot dat de bepalende factor in het leven van de mensen is. De mens, een absoluut component van het lot, is hier niet afzonderlijk en onafhankelijk van. De mens kan niet verdergaan dan de grenzen van het lot, laat staan het lot veranderen. Voor een beter begrip kunnen we een parallel tussen een mens en een acteur in een film trekken. De acteur van de film kan er niet tussen uit knijpen, een fysiek bestaan verwerven en veranderingen in de film beginnen te maken door ongunstige scènes te schrappen of door enkele nieuwe toe te voegen. Dit zou zeker een irrationele suggestie zijn.

Derhalve zijn de begrippen om de voorbestemming te verslaan of de stroom van gebeurtenissen een andere wending te geven louter denkfouten. Wie zegt, "Ik versloeg mijn lot", bedriegt slechts zichzelf-en het feit dat hij dit doet is een kwestie van zijn lot. Een persoon kan dagenlang in coma blijven. Het kan onwaarschijnlijk lijken dat hij zal bijkomen. Maar als hij toch herstelt, betekent dit niet dat "hij zijn lot versloeg" of de "artsen zijn lot veranderden." Dit is slechts een aanwijzing dat zijn tijd nog niet voorbij is. Zijn herstel is niets dan een component van zijn eigen onvermijdelijk lot. Zijn lot is als dat van alle andere menselijke wezens die door God worden bepaald.

... En de leeftijd van iemand wordt niet verlengd, en zijn leeftijd wordt niet verkort, of het staat in het Boek vermeld. Voorwaar, dat is gemakkelijk voor God. (Surah al-Fatir: 11)

Onze Profeet (vrede zij met hem) zei het volgende tegen een gelovige, die tot God bad om haar in staat te stellen voordeel uit haar geliefden te verkrijgen: Jij hebt God gevraagd over de duur van het leven hetgeen reeds bepaald is, en over de lengte van de reeds toegewezen dagen en voorzieningen en waarvan het aandeel is bepaald. God zou niets eerder doen dan op de gepaste tijd, of Hij zou niets uitstellen tot na de gepaste tijd. (Boek 33, Nummer 6438, Sahih Moslim) Dergelijke incidenten zijn de middelen waarmee God aan de mens de eindeloze intelligentie, wijsheid, verscheidenheid laat zien en de zegeningen die inherent zijn aan Zijn schepping en de manier waarop Hij de mens test. Dergelijke verscheidenheid vergroot de waardering, verbazing en uiteindelijk het geloof van mensen. Bij ongelovigen veroorzaken zij echter sensaties ergens tussen onzekerheid, verbazing en perversie in, die hen ten gevolge van hun onwetende mentaliteit, een opstandige houding doet aannemen ten opzichte van God. Ondertussen, zorgt de bewustwording van dergelijke onachtzame vooruitzichten door de ongelovigen ervoor, dat de gelovigen zich meer dankbaarder jegens God voelen voor het hen toestaan om geloof en wijsheid te hebben, hetgeen hen superieur maakt aan de ongelovigen.

Volgens een ander stuk ontvangen wijsheid, is de dood van een persoon die in zijn tachtiger jaren sterft "het lot" terwijl de dood van een baby, een mens van jonge of middelbare leeftijd een "ontzettende gebeurtenis" is. Door de dood als een natuurlijk fenomeen te kunnen aanvaarden, proberen zij om de dood passend te maken aan door hun bepaalde criteria. Na een lange en hevige ziekte, lijkt de dood aldus aanvaardbaar te zijn, terwijl de dood door een plotselinge ziekte of ongeval een ongelegen ramp is! Dat is waarom zij vaak de dood in een opstandige geest ontmoeten. Een dergelijke houding is een duidelijk teken van het te zijn beroofd van een ultiem geloof in het lot, en derhalve in God. Degenen die een dergelijk gemoedstoestand koesteren zullen worden veroordeeld om in constante zorg en onrust in dit leven te leven. Dit is eigenlijk het begin van de eeuwige kwelling die uit ongelovigheid voortvloeit.

Het Geloof in Reïncarnatie

Eén van de gemeenschappelijke irrationele geloven van mensen over de dood, is dat de "reïncarnatie" een mogelijkheid is. Reïncarnatie betekent dat na de fysieke dood van het lichaam, de ziel transmigreert naar of opnieuw wordt geboren in een ander lichaam met een afzonderlijke identiteit in een verschillende tijd en een plaats. Onlangs is het een vervormde beweging geworden die vele aanhangers aantrekt onder ongelovigen en aanhangers van bijgeloven.

In technische termen zijn de redenen waarom dergelijke bijgeloven steun ontvangen-op basis van geen enkel concreet bewijsmateriaal- de zorgen die ongelovigen mensen onbewust herbergen. Geen geloof hebbend in het Hiernamaals, zijn de mensen bang om na dood tot onbeduidendheid te worden teruggebracht. Diegenen met een slecht geloof, voelen zich enerzijds ongemakkelijk over de gedachte naar de hel verzonden te worden, aangezien zij zich bewust zijn, of het minstens als een mogelijkheid beschouwen, dat God’s rechtvaardigheid straf voor hen met zich meebrengt. Voor beiden, klinkt echter het idee van de wedergeboorte van de ziel in andere lichamen in diverse tijden uiterst verleidelijk. Aldus slagen bepaalde kringen die dit vervormde geloof exploiteren erin om mensen in deze denkfout te laten geloven met behulp van beetje reclame. Dat hun aanhangers geen verder bewijsmateriaal eisen, moedigt de inspanningen van deze opportunisten aan.

Helaas vindt een dergelijk vervormd geloof ook aanhangers in Moslim kringen. Dit zijn meestal het soort Moslims die ernaar verlangen om een intellectueel en liberaal zelf-beeld te belichamen. Er is een andere ernstige dimensie bij deze kwestie die vermelding verdient; dergelijke mensen streven ernaar om hun meningen met behulp van Qur'anische verzen te bevestigen. Daartoe, vervormen zij de expliciete betekenissen van de verzen en vervaardigen hun eigen Qur’anische interpretaties. Onze bedoeling is om hier te benadrukken dat dit vervormde geloof geheel in strijd is met de Qur'an en de Islam en geheel tegenstrijdig is aan de verzen van de Qur'an, welke absoluut nauwkeurig zijn. Deze kringen beweren dat er een aantal verzen in Qur'an zijn die hun vervormde meningen bevestigen. Eén van deze verzen is de volgende: Zij zullen zeggen, ` Onze Heer, tweemaal bewoog u ons ertoe om te sterven en tweemaal gaf u ons het leven. Wij erkennen onze verkeerde acties. Is daarom geen uitweg?' (Surah al-Mu'min (40): 11)

Op basis van dit vers, beweren de mensen die in reïncarnatie geloven het volgende: de mens wordt een nieuw leven gegeven nadat hij in dit leven enige tijd heeft geleefd en sterft. Dit is de tweede keer dat hij tot stand komt en tevens de periode waarin zijn ziel zijn ontwikkeling voltooit. Na de tweede dood na dit tweede leven, beweren zij, wordt de mens doen herleefd in het Hiernamaals. Terwijl we onszelf afhouden van vooroordelen, laten we dit vers analyseren: uit het vers, blijkt dat de mens twee stadia van het leven en sterven ervaart. In deze context, is van een derde staat van dood of in leven zijn geen sprake. Daar dit nu het geval is, komt één vraag in de gedachten op: "Wat was de mens zijn aanvankelijke staat? Dood of levend?" Wij vinden het antwoord op deze vraag in het volgende vers:

Hoe kunt u God verwerpen? Gaf hij u het geen leven toen u dood was en hij zal ertoe bewegen u niet om dan u het leven te geven opnieuw te sterven en? Zult u niet aan hem uiteindelijk terugkeren? (Surah al-Baqarah: 28)

Het vers heeft geen uitleg nodig; aanvankelijk is de mens dood. Met andere woorden, ten gevolge van de eigenlijke aard van zijn schepping, wordt hij oorspronkelijk samengesteld uit levenloze zaken zoals water, aarde, enz., zoals de verzen ons informeren. Vervolgens maakte God deze hoop van levenloze zaken levend, "creeërde en vormde" het. Dit is de eerste dood en aldus het eerste opstaan uit de dood. Een tijdje na deze eerste opstanding uit de dood, eindigt het leven en sterft de mens. Hij keert opnieuw terug op aarde, net zoals in de eerste fase, en wordt tot onbeduidendheid verminderd. Dit is de tweede overgang uit de staat van de dood. De tweede en laatste gebeurtenis van het opstaan uit de dood, is die in het Hiernamaal zal plaatsvinden. Aangezien dit het geval is, is er geen tweede verrijzenis in het leven van deze wereld. Anders zou dit een derde verrijzenis vergen. Er is echter in geen van de verzen een verwijzing naar een derde verrijzenis. Zowel in Surah al-mu'min: 11, en Surah al-baqarah: 28, is er geen verwijzing die de mogelijkheid van een tweede verrijzenis in het leven van deze wereld voorstelt. Integendeel, deze verzen onthullen uitdrukkelijk het bestaan van één verrijzenis in deze wereld en één in het Hiernamaals. Maar toch stellen de aanhangers van reïncarnatie al hun hoop in deze twee verzen.

Zoals duidelijk is, geven enkel deze door de aanhangers van reïncarnatie voorgestelde verzen het bewijsmateriaal al welke deze vervormde reden weerlegt. Bovendien maken verscheidene andere verzen in de Qur'an duidelijk dat er slechts één leven is waarbij de mens wordt getest en dat dit in het leven van deze wereld is. Dat daar geen terugkeer is naar dit leven na de dood, wordt verklaard in het volgende vers:

Totdat, wanneer de dood tot een van hen komt, hij zal zeggen: “O mijn Heer, laat mij terugkeren. Hopelijk kan ik geode werken verrichten voor wat ik nagelaten heb.” Zeker niet! Voorwaar, dit zijn slechts woorden die hij spreekt en voor hen is een scjheiding tot de Dag waarop zij opgewekt worden (Surah al-Mu'minun: 99-100)

De dialogen in het vers maken duidelijk dat er na de dood geen terugkeer is naar in dit leven. Ondertussen vestigt God in dit vers onze aandacht op het feit dat ongelovigen wanhopig hopen op een tweede herrijzing uit de dood, een tweede terugkeer naar dit leven. Het vers verduidelijkt echter dat dit enkel woorden zijn die door onbetrouwbare ongelovigen voorgesteld worden. Dat de mensen van het Paradijs geen andere dood naast "de eerste" dood zullen ervaren, wordt beschreven in het volgende vers:

Zij zullen daarin, na de eerste dood, geen dood meer ondergaan, en Hij beschermt hen voor de bestraffing van de Hel. Als een gunst van jouw Heer. Dat is de Grote Overwinning. (Surah ad-Dukhan: 56-57)

De grote zaligheid voor de mensen van het Paradijs wordt in een ander vers beschreven. Deze zaligheid is toe te schrijven aan het feit dat zij behalve de eerste geen andere dood zullen ervaren:

Zullen wij dan niet sterven? Naast ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft? Voowaar, dat is zeker de Grote Overwinning! (Surah as-Saffat: 58-60)

De bovengenoemde verzen laten geen ruimte voor verdere vragen. De conclusie is; er is slechts één dood die de mens ervaart. In dit stadium kan de volgende vraag ontstaan: "Ondanks de verwijzing naar twee sterfgevallen in de voorgaande verzen, waarom is er slechts één dood genoemd in Surah as-saffat: 58?" Het antwoord op deze vraag wordt gegeven in het 56ste vers van Surah ad-dukhan, dat zegt: "Zij zullen daar geen enkele dood proeven - behalve de eerste". Er is namelijk één en slechts één dood die de mens bewust ondergaat. Hij ondergaat het en neemt het waar met al zijn zintuigen. Dit is de dood die men ondervindt op het ogenblik dat zijn leven eindigt. Hij kan zeker niet de allereerste staat van de dood waarnemen aangezien hij op dat ogenblik onthouden is van zintuigen en bewustzijn. Ondanks dergelijke welomlijnde en duidelijke verklaringen zoals de Qur'an die brengt, zou het volhouden dat er meer sterfgevallen en stadia van het herrijzen uit de dood en het eveneens volhouden dat er transmigratie van de ziel is, een openlijke ontkenning van de Qur'anische verzen zijn. Aan de andere kant, als God in dit leven een systeem gecreeërd had dat op reïncarnatie wordt gebaseerd, dan zou hij de mens hierover absoluut geïnformeerd hebben in de Qur’an, welke de enige gids voor de ware weg voor de mensheid is. Als dit het geval was geweest, zou God zeker een gedetailleerde verklaring over alle fasen van reïncarnatie verstrekt hebben. Er is echter, in de Qur'an, welke elk soort informatie met betrekking tot het leven en het volgende leven van gelovigen verstrekt, geen één enkele zinspeling over reïncarnatie, laat staan een directe verwijzing ernaar.

DE SLUIER VAN ONACHTZAAMHEID

Innerlijk is de mens egoïstisch; hij is uiterst gevoelig voor kwesties met betrekking tot zijn eigen belangen. Ironisch genoeg, toont hij zich onverschillig jegens de dood, welke een kwestie van opperst belang zou moeten zijn. In de Qur'an wordt deze gemoedstoestand van "hen die zich niet stevig aan het Geloof vasthouden" door God in één woord beschreven: "onachtzaamheid". De betekenis van onachtzaamheid is een tekort van een volledig begrip van feiten als gevolg van het vertroebelen van het bewustzijn of zelfs totale onwetendheid en het resulterende gebrek om tot correcte oordelen te komen en relevante reacties te geven. Een voorbeeld hiervan wordt in het volgende vers gegeven:

Voor de mensen is de afrekening dichterbij gekomen en toch wenden zij zich in achteloosheid af. (Surah al-Anbiya ': 1)

Mensen zijn er zeker van dat wie door een fatale of ongeneeslijke ziekte wordt getroffen, zal sterven. Maar toch zullen, niet anders dan deze patiënt, deze mensen die dergelijke gevoelens van zekerheid herbergen, ook sterven. Dat dit ergens in de toekomst of zeer spoedig zal gebeuren verandert dit feit niet. Vaak verduistert onachtzaamheid deze waarheid. Bijvoorbeeld, het is hoogst waarschijnlijk dat iemand die getroffen is door het HIV-virus in de nabije toekomst zal sterven. Maar toch blijft het feit dat het ook hoogst waarschijnlijk is - de waarheid is dat dit zeker is-dat een krachtig persoon nabij hem op een dag zal sterven. Misschien zal de dood veel eerder tot hem komen alvorens het tot die "HIV-getroffen patiënt" komt. Dit zal meest waarschijnlijk op een onverwacht moment zijn. Familieleden treuren over patiënten die op hun sterftebed liggen. Maar toch treuren zij nauwelijks over zichzelf, die absoluut op een dag zullen sterven. Echter, gezien de zekerheid van deze gebeurtenis, zou de reactie niet moeten variëren afhankelijk of het binnenkort of op een later tijdstip voorkomt. Als, oog in oog met de dood, het verdriet de juiste te geven reactie is, dan zou iedereen onmiddellijk moeten beginnen voor zichzelf of voor een ander te treuren. Of hij zou zijn verdriet moeten overwinnen en ernaar streven om een dieper inzicht in de dood te hebben.

Hiertoe zal het op de hoogte zijn van de redenen van onachtzaamheid nuttig zijn.

Oorzaken van onachtzaamheid

- Een Gebrek aan Intelligentie: De meerderheid van de individuen die de maatschappij vormen is niet gewend om na te denken over ernstige kwesties. Door onachtzaamheid een manier van leven te maken, verontrusten zij zich niet over de dood. Alle wereldse problemen die zij niet weten op te lossen, houden hun gedachtes voortdurend bezet. De onbelangrijke kwesties, die reeds hun beperkte gedachtes “verstoppen”, staan hen niet toe om ernstig na te denken over ernstige kwesties. Aldus brengen zij hun leven doelloos door, rondzwalkend in de dagelijkse stroom van gebeurtenissen. Ondertussen, bij de dood van iemand, of wanneer de gesprekken uitdraaien op het onderwerp de dood, halen zij troost uit uitgeflapte uitdrukkingen en vermijden eenvoudig het onderwerp. Zij zijn mensen van beperkte geest die er onbeduidende bekrompen gedachtes op na houden.

De Ingewikkeldheid en Helderheid van het Leven: Het leven gaat zeer snel voorbij en het is aanlokkelijk levendig. Bij gebrek aan uitzonderlijke geestelijke inspanning, zal de mens waarschijnlijk geen aandacht voor de dood hebben, hetgeen bestemd is om hem vroeg of laat te overkomen. Geen geloof hebbend in God, is hij te ver verwijderd van concepten zoals lot, vertrouwen stellen op God en onderwerping aan Hem. Vanaf het ogenblik dat hij zich van materiële behoeften bewust wordt, streeft hij ernaar om zeker te zijn van een goed leven. Een dergelijke persoon poogt zelfs niet om de dood te vermijden, omdat hij reeds in beslag genomen is door wereldse zorgen. Hij achtervolgt constant nieuwe plannen, belangen en doelstellingen en op een dag, onvoorspelbaar en daarom zonder voorbereiding, ziet hij de werkelijkheid van de dood onder ogen. Dan heeft hij spijt en wil naar het leven terugkeren, maar dit zonder baten.

- Het Bedrog van de Bevolkingtoename: Eén van de redenen voor onachtzaamheid is het telkens terugkeren van geboorten. De wereldbevolking blijft toenemen; het neemt nooit af. Eenmaal getrokken in de spiraal van het leven, kan de mens, wegens misvattingen, echter geloven in aanlokkelijke maar volkomen denkbeeldige begrippen zoals "geboorten vervangt sterfgevallen", waardoor er een evenwicht van de populatie gehandhaafd wordt. Een dergelijke reden maakt voorwaarden rijp voor de vorming van een onachtzaam vooruitzicht op de dood. Als er echter van nu af aan nooit geen geboorten meer zouden plaatsvinden in de wereld, dan zouden wij de ene na andere sterfgevallen waarnemen en dientengevolge, een afnemende wereldbevolking. Dan zou de verschrikking van de dood beginnen te worden gevoeld. De mens zou één voor één de verdwijning van die mensen zien die hem omgeven en zou zich realiseren dat het onvermijdelijke eind hem eveneens zou treffen. Dit is gelijk aan wat diegenen voelen die veroordeeld zijn tot de doodstraf, in afwachting van de volstrekking van het vonnis. Elke dag getuigen zij van één of twee mensen die voor executie worden meegenomen. Het aantal mensen in de cellen vermindert gestaag. De jaren gaan voorbij, maar toch gaan diegenen die nog steeds in leven zijn iedere dag slapen in een staat van angst, zich afvragen of het de volgende dag hun beurt zou zijn. Nooit falen zij om de dood te herinneren, geen seconde.

- Ironisch genoeg is de daadwerkelijke situatie niet verschillend van het eerder genoemde voorbeeld. De pasgeborenen hebben geen enkel effect op degenen die bestemd zijn om te sterven. Dit is slechts een psychologische misvatting. De bewoners van de wereld die 150 jaar geleden leefden zijn er vandaag de dag niet meer. De volgende generaties redden hen niet van dood. Eveneens zullen degenen die momenteel leven over 100 jaar met een paar uitzonderingen, niet in leven zijn. Dat is omdat de wereld geen permanente plaats voor de mens is.

Methodes van Zelf-Bedrog

Behalve de redenen die ons niks doen aantrekken van de dood en ons in onachtzaamheid werpen, zijn er ook bepaalde defensiemechanismen die de mensen aanwenden om zichzelf te bedriegen. Deze mechanismen, waarvan enkelen hieronder worden genoemd, verlagen de mens tot het niveau van een struisvogel die zijn kop in het zand steekt om een onaangename situatie te vermijden.

- Het uitstellen van het denken aan de dood tot de laatste jaren van het leven: mensen nemen over het algemeen aan dat zij tot halverwege hun zestiger of zeventiger jaren zullen leven. Dit verklaart waarom over het algemeen mensen van jonge en middelbare leeftijd dit defensiemechanisme aanwenden. Met dergelijke berekeningen in gedachten, stellen zij het denken aan dergelijke "sombere" kwesties tot de laatstgenoemde jaren van hun leven uit. In hun jeugd-of hun bloeitijd- willen zij hun gedachten niet met "deprimerende" kwesties "vertroebelen". De laatstgenoemde jaren zijn qua tijd onvermijdelijk wanneer men niet het beste uit het leven kan halen en deze periode wordt door vele mensen als de meest aangewezen fase verondersteld om naarstig over de dood te denken en om te worden voorbereid op het volgende leven. Dit geeft ook geestelijke hulp, aangezien het een betekenis verstrekt voor het iets doen voor het Hiernamaals.

Desalniettemin, is het duidelijk dat het maken van een dergelijke lange termijn en niet beslissende plannen geen steek houdt voor diegene waarvoor zelf de volgende adem niet gewaarborgd is. Elke dag ziet hij vele mensen van zijn leeftijd, of zelfs jonger, sterven. Overlijdensberichten vormen een aanzienlijk deel van dagelijkse kranten. Elk uur melden televisiekanalen nieuws over sterfgevallen. Vaak is de mens getuige van de dood van mensen uit zijn omgeving. Maar toch denkt hij er weinig over na dat de mensen rondom hem ook van zijn eigen dood zullen getuigen of hierover in de krant zullen lezen. Aan de andere kant, zelfs al zou hij voor een zeer lange tijd leven, zal er niets in zijn leven veranderen, aangezien zijn mentaliteit hetzelfde zal blijven. Totdat hij werkelijk de dood onder ogen ziet, stelt hij het denken over de dood slechts uit.

- Veronderstellend dat men "zijn straf inde Hel slechts uitzit" voor een bepaalde periode zal zijn: Deze mening, die in de maatschappij overheerst, is niets anders dan bijgeloof. Toch is het geen geloof dat zijn wortels in de Qur'an heeft. In geen deel van de Qur'an vinden wij welke verwijzing dan ook naar "het uitzitten van zijn straf" in de hel voor een bepaalde tijd en vervolgens worden vergeven. Integendeel, in alle relevante verzen is er een specifieke vermelding van de scheiding van de gelovigen en de ongelovigen op de Dag des Oordeels. Opnieuw weten wij van de Qur'an dat de gelovigen in het Paradijs zullen blijven, terwijl de ongelovigen in de hel zullen worden geworpen, waar zij aan een eeuwige kwelling zullen lijden:

En zij zeiden: “De Hel zal ons niet aanraken, behalve een beprkt aantal dagen.” Zeg (O Muhammad): “hebben jullie een belofte van Allah ontvangen? Dan zal Allah Zijn belofte niet verbreken. Of zeggen jullie over Allah iets jullie niet weten”. Welzeker, degenen die slechte daden verrichten, en door hun zonden omsloten zijn, diegenen dan, zijn de bewoners van de Hel. Zij zijn daarin eeuwig levenden. Maar degenen die geloven en goede werken verrichten, zij zijn degenen die de bewoners van het Paradijs zijn. Zij zijn daarin eeuwig levenden.. (Surah al-Baqarah: 80-82)

Een ander vers benadrukt hetzelfde punt:

Dat is omdat zij zeggen: “Het vuur zal ons niet aanraken, behalve een vastgesteld aantal dagen.” Want zij weren in hun godsdienst bedrogen door wat zij plachten te verzinnen. (Surah Al ` Imran: 24)

De hel is een plaats van onvoorstelbare kwelling. Derhalve zou, zelfs al zou het verblijven in de hel slechts voor een bepaalde tijd mogelijk zijn, een mens van geweten nooit toestemmen om dat lijden te ondergaan. De hel is de plaats waar de attributen van God, al-jabbar (De Onweerstaanbare) en al-qahhar (De Onderwerper) tot in de uiterste mate worden vertoond. De kwelling in de hel is onvergelijkbaar met welke pijn in de wereld dan ook. Een persoon die zelfs een brandwond op zijn vinger niet kan verdragen en die beweert dat hij dergelijke marteling gemakkelijk kan ondergaan, toont slechts zwakke geestelijke gesteldheid aan. Een persoon die bovendien door de Toorn van God geen angst voelt, slaagt er niet in om God de gepaste achting te geven. Een dergelijk persoon, volledig beroofd van geloof, is een slecht mens die zelfs geen vermelding verdient.

- Denkend "ik verdien het Paradijs reeds": Er is ook een groep die zich onder de mensen van het Paradijs veronderstelt. Door zich bezig te houden met wat minder belangrijke daden die zij hebben als goede daden achten en het vermijden van sommige slechte daden, denken zij rijp te zijn voor het binnengaan van de hemel. Gedompeld in bijgeloof en ketterijen verkondigend die zij met godsdienst associëren, hangen deze mensen eigenlijk een geloof aan dat volledig van dat van de Qur'an is gescheiden. Zij stellen zich als ware gelovigen voor. De Qur'an classifiseert hen echter onder diegenen die partners aan God toeschrijven:

En geef hun de gelijkenis der twee mannen. Voor een hunner maakten Wij twee wijngaarden, omgeven met dadelpalmen en daartussen legden Wij korenvelden. Elk der tuinen bracht vruchten voort en bleef niet in gebreke. En door beide deden Wij rivieren stromen. En hij had overvloed,en zeide tijdens een gesprek tot zijn gezel: "Ik ben rijker dan gij, aan bezit en in getal." En hij ging zijn tuin binnen, terwijl hij onrechtvaardig was tegenover zichzelf. Hij zeide: "Ik denk niet, dat dit ooit zal vergaan." "Noch denk ik dat het Uur zal komen. Indien ik tot mijn Heer word teruggebracht, zal ik voorzeker een betere plaats vinden dan dit." Zijn gezel redetwistte en zeide: "Gelooft gij niet in Hem, Die u schiep uit stof, daarna uit een levenskiem en u dan vormde tot een volledig mens?" "Wat mij betreft, het is Allah Die mijn Heer is, ik zal niemand met mijn Heer vereenzelvigen." (Surah al-Kahf: 32-38)

Met de woorden, "Indien ik tot mijn Heer word gebracht", drukt de tuineigenaar zijn gebrek aan correct geloof in God en het Hiernamaals uit en onthult dientengevolge dat hij een afgodendienaar is die twijfels herbergt. Ondertussen beweert hij dat hij een superieure gelovige is. Voorts voelt hij geen twijfels dat God hem met het Paradijs zal belonen. Dit onbeschaamde en inferieure karakter van de afgodendienaar is zeer gemeenschappelijk onder mensen. Deze mensen weten diep van binnen dat zij vol bedrog zijn, maar zodra zij hierover worden gevraagd, proberen zij om hun onschuld te bewijzen. Zij beweren dat het opvolgen van de bevelen van de godsdienst niet zo belangrijk is. Voorts proberen zij om zich vrij te spreken, door te beweren dat de schijnbaar godsdienstige mensen die zij om hen heen zien, immoreel en oneerlijk zijn. Zij proberen te bewijzen dat zij "goede mensen" zijn door te verklaren dat zij niemand kwaad doen. Zij verklaren dat zij niet aarzelen om geld aan bedelaars te geven, dat zij jarenlang eerlijk in de openbare dienstverlening hebben gewerkt en dat dit de dingen zijn die iemand een oprechte Moslim maken. Of zij weten het niet of zij doen simpelweg alsof zij niet weten dat wat een mens een Moslim maakt, niet is om goed met goed mensen om te gaan, maar dat hij een bediende van God is en Zijn bevelen uitvoert. In een poging om hun vervormde Godsdienst te baseren op een zekere soort van beredenering, onderschrijven zij aan bepaalde denkfouten. Dit is eigenlijk typisch voor hun oneerlijkheid. Om hun eigen leven als wettig te erkennen, zoeken zij toevlucht tot leuzen als: "De beste vorm van aanbidding is werken" of "wat er toe doet is de oprechtheid van het hart." In de woorden van de Qur'an, is dit enkel "het uitvinden van leugens tegen God" en het verdient de straf van de eeuwige Hel. In de Qur'an, beschrijft God de situatie van dergelijke mensen als volgt:

Zij trachten God en hen bedriegen die geloof hebben. Zij bedriegen niemand maar zichzelf, terwijl zij het niet beseffen. (Surah al-Baqarah: 9)

- Dubbel-standaard redenen: Soms wanneer de mensen over de dood nadenken, veronderstellen zij dat zij voor alle eeuwigheid zullen verdwijnen. Een dergelijk opschrikkend idee doet hen een ander defensiemechanisme ontwikkelen; zij geven slechts half geloof aan het feit dat "er een eeuwig leven is wat door God is beloofd". Een dergelijke conclusie wekt wat hoop in hen op. Wanneer zij de verantwoordelijkheden van een gelovige aan zijn Schepper overwegen, verkiezen zij het feit van het eeuwige leven volledig te negeren. Zij troosten zichzelf denkende: "Toch zullen wij tot onbeduidendheid worden verminderd, volledig ontbindend in de grond. Er is geen leven na de dood." Een dergelijke veronderstelling onderdrukt alle vrees en zorgen, zoals het verslag uitbrengen van zijn daden op de Dag des Oordeels of het lijden in het helle vuur. In beide reeksen van omstandigheden, leiden zij hun leven in onachtzaamheid tot het einde van hun dagen.

Het Gevolg van onachtzaamheid

Zoals wij in de voorgaande paragrafen hebben gezegd, roept de dood zolang men leeft zichzelf onvermijdelijk tot onze aandacht. Deze herinneringen blijken soms nuttig te zijn, daar het de mens ertoe aanzet om zijn prioriteiten in het leven opnieuw te onderzoeken en zijn vooruitzichten in het algemeen opnieuw te beoordelen. Maar er zijn andere tijden wanneer de bovengenoemde defensiemechanismen het overnemen, en met elke voorbijgaande dag, wordt de sluier van onachtzaamheid voor de ogen dikker. Als ongelovigen in een kalmerende stemming op de dood wachten en een irrationeel gevoel van comfort hebben, zelfs wanneer zij zich intens bewust zijn van zijn nadering in de laatstgenoemde jaren van hun leven, is het omdat zij volledig in deze sluier worden omhuld. Dat is omdat de dood voor hen kalmte en correcte slaap, rustgevendheid en vrijpostigheid, en een eeuwige hulp impliceert. Het tegendeel aan wat zij denken, God echter, Die elk wezen creëert uit het niets en Die hen doet sterven en Die het leven aan alle schepselen op de Dag des Oordeels zal geven, belooft hen eeuwig spijt en zorg. Zij zullen ook dit feit waarnemen op het ogenblik van de dood, wanneer zij veronderstellen dat zij naar een eeuwige slaap zullen gaan. Zij realiseren zich dat de dood geen totale verdwijning is, maar het aanvankelijke ogenblik van een nieuwe wereld vol van angst is. De angst aanjagende verschijning van de engelen des doods is het eerste teken van deze grote kwelling:

En hoe (zal het zjin) wanneer de engelen bij de dood hun ziel zullen nemen, hun aangezicht en hun rug treffend? (Surah Muhammad: 27)

Op dit ogenblik, worden de pre-doodsarrogantie en onbeschaamdheid van de ongelovigen verschrikking, spijt, wanhoop en eeuwige pijn. In de Qur'an, wordt hier als volgt naar verwezen:

En zij zeggen: "Zullen wij, wanneer wij in de aarde verloren zijn, opnieuw worden geschapen?" Neen, zij geloven niet in de ontmoeting met hun Heer. Zeg: "De doodsengel, aan wie gij toevertrouwd zijt, zal uw ziel nemen; dan zult gij tot uw Heer worden teruggebracht." O, kondet gij het slechts zien wanneer de schuldigen hun hoofd zullen buigen voor hun Heer, zeggende: "Onze Heer, wij hebben gezien en wij hebben gehoord, zend ons nu terug opdat wij goede werken mogen verrichten; voorzeker wij zijn thans overtuigd." (Surah as-Sajdah: 10-12)

Er is geen ontsnapping van de Dood

De dood komt, vooral op een vroege leeftijd, zelden in gedachten op. Door dit als het einde te beschouwen, ontsnapt de mens zelfs aan de gedachte ervan. Echter, net zoals fysiek vermijden geen genezing voor de dood verstrekt, noch doet het vermijden van het denken erover. Bovendien is het onmogelijk om de dood te negeren. Elke dag stellen kranten krantenkoppen op over de sterfgevallen van zo vele mensen. U komt vaak lijkwagens tegen of komt langs begraafplaatsen. Verwanten en vennoten sterven. Hun begrafenissen of bezoeken om deelneming te betuigen, brengen onvermijdelijk de dood tot gedachte. Aangezien men getuigt van de dood van anderen, en vooral de dood van geliefden getuigt, denkt hij onvermijdelijk na over zijn eigen eind. Deze gedachte kwetst hem diep binnenin, wat hem rusteloos maakt. Het maakt niet uit hoe sterk het individu zich verzet, waarheen hij toevlucht zoekt of hoe hij probeert te ontsnappen, hij kan zijn eigen dood eigenlijk op elk ogenblik ontmoeten. Hij heeft geen andere keus. Voor hem is er geen andere uitweg. Het aftellen houdt nooit op, zelfs niet voor een ogenblik. Waar hij ook naar terugkeert, daar ontmoet de dood hem. De cirkel sluit constant en haalt hem definitief in:

Zeg: "De dood waarvoor gij vlucht zal u zeker treffen. Dan zult gij tot de Kenner van het onzichtbare en zichtbare teruggebracht worden, en Hij zal u inlichten over hetgeen gij placht te doen." (Surah al-Jumu`ah: 8)

Waar gij ook zijt, de dood zal u achterhalen, zelfs al waart gij in sterk gebouwde vestingen. (Surah an-Nisa ': 78)

Dat is waarom wij moeten ophouden ons te bedriegen of feiten te negeren en ernaar streven om het goede genoegen van God tijdens deze periode te verdienen, die door Hem vooraf wordt bepaald. Alleen God weet wanneer deze tijd voorbij zal zijn. Onze Profeet Mohammad (God’s vrede en zegeningen zij met hem) zei ook dat één van de beste manieren om zijn geweten te verhinderen van verharding, en een om goed karakter te bereiken, door vaak aan de dood te denken is:

Abdullah ibn Umar verhaalt, "de bovengenoemde Boodschapper van God (vrede zij met hem), ` Deze harten worden roestig net zoals ijzer doet wanneer het door water aangetast is.' Waarop wordt gevraagd wat hen kon ophelderen antwoordde hij, `een grote hoeveelheid herinnering van de dood en recitatie van de Qur'an.' " (Al-Tirmidhi, 673)

 
   
    


Home | Boeken | Videos | Artikelen |Contact | Word lid

Alle materiaal op deze site mag gratis gecopieerd, geprint en verspreid worden.
2009 Harun Yahya International