En
Allah roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad
(Koran, 10: 25)
ISLAMITISCHE
ETHIEK: EEN BRON VAN VREDE EN VEILIGHEID
Sommigen die beweren dat iets in naam van
de religie is gedaan, kunnen in feite de religie verkeerd begrepen hebben
en als gevolg daarvan het verkeerd uitoefenen. Daarom is het verkeerd
om op deze grond een mening te vormen over het geloof, indien men deze
mensen als voorbeeld neemt. De beste manier om een religie te begrijpen
is door haar Goddelijk openbaarde bronnen te bestuderen. De Goddelijke
bron van de Islam is de Koran, die op de idealen van moreel, liefde, medelijden,
nederigheid, opofferingsgezindheid, tolerantie en vrede is gebaseerd.
Een moslim, die in ware zin deze grondbeginselen naleeft, zal uiterst
beleefd, bedachtzaam, bescheiden, rechtvaardig, betrouwbaar, vriendelijk
en hulpvaardig zijn. Hij zal liefde, respect, harmonie en levensvreugde
in zijn leefomgeving uitstralen.
Terroristen hebben als doel om een wereld van geweld, conflict, chaos en angst te creëren.
Islam is de religie van vrede
De meest algemene betekenis van terreur is geweld, dat tegen niet-militaire
doelen om politieke doeleinden wordt uitgeoefend. Met andere woorden,
de aanvalsdoelen van de terreur zijn volledig onschuldige burgers, wiens
enige misdaad - in de ogen van de terroristen - het vertegenwoordigen
van "de andere kant" is. Om deze reden betekent terreur, onschuldige mensen
aan geweld blootstellen. Dit is een handelswijze, die elke vorm van morele
rechtvaardiging mist. Dit is net zoals de moorden die door Hitler of Stalin
zijn gepleegd, een misdaad tegenover de mensheid.
Een gemeenschap waarin de islamitische morele
waarden in hoge aanzien gehouden worden, is een gemeenschap die
door vrede, vergevingsgezindheid, liefde, medelijden, wederzijdse
steun en vreugde is gekarakteriseerd.
De Koran is een boek, dat voor de mensen een gids naar de weg van de waarheid is. In dit boek beveelt God de mensen een goede, morele levenswijze aan te nemen. Deze moraliteit is gebaseerd op deugden zoals liefde, medelijden, tolerantie en genade. Het woord "Islam" is afgeleid van het Arabische woord voor "vrede". De islam is een religie welke is geopenbaard aan de mensheid met het doel, een vreedzaam leven mogelijk te maken, waarin de oneindige barmhartigheid en genade van God in de wereld tot uitdrukking komen. God roept alle mensen tot deze islamitische ethiek op, zodat barmhartigheid, genade, vrede en tolerantie in de hele wereld ervaren kunnen worden. In vers 208 van de 2de Soera van de Koran verkondigt God:
O gij die gelooft, komt in volledige overgave en volgt
de voetstappen van Satan niet; hij is voorzeker uw verklaarde vijand.
(Koran 2:208)
Zoals het vers duidelijk maakt, kan veiligheid alleen gewaarborgd worden
door "intrede in de Islam", d.w.z. indien men uitsluitend de waarden van
de Koran naleeft. Een moslim die de waarden van de Koran in zijn leven
verwezenlijkt, voelt zich ervoor verantwoordelijk om alle mensen, moslim
of geen moslim, vriendelijk en rechtvaardig te behandelen, de behoeftige
en onschuldige mensen te beschermen en de "verbreiding van onheil" te
verhinderen. Onheil omvat alle vormen van anarchie en terreur, dat veiligheid,
welzijn en vrede verstoort. Zoals in een vers "Allah
houdt niet van wanorde" wordt gezegd. (Koran
2: 205)
Om een mens zonder enig reden te vermoorden is een duidelijk voorbeeld
van onheil. God verwijst in de Koran op een gebod, dat hij al eerder aan
de Joden in het Oude Testament had verkondigd:
Deswege schreven Wij de kinderen Israëls voor, dat wie
ook een mens doodt, behalve wegens het doden van anderen of het scheppen
van wanorde in het land, het ware alsof hij de gehele mensheid had gedood,
en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom
het leven heeft geschonken…(Koran 5: 32)
Zoals het vers duidelijk maakt, begaat de mens die een medemens doodt,
behalve wegens het doden van anderen of het scheppen van wanorde in het
land, een gelijke misdaad alsof hij de gehele mensheid heeft gedood.
In de 32. vers van de Sure Maida, zegt God
dat als een persoon iemand onrechtmatig heeft gedood, dat net zo
is alsof hij heel de mensheid heeft gedood. Om zelfs één persoon
te vermoorden is tegenstrijdend met de morele lessen van de Koran.
Hiermee is het duidelijk wat voor grote zonden de moorden, de bloedbaden
en de aanslagen zijn die door terroristen gepleegd worden, ook wel bekend
met het begrip "zelfmoordaanslagen". God deelt ons met het volgende vers
mee, hoe deze vorm van terrorisme in het hiernamaals gestraft zal worden:
Het verwijt is slechts tegen hen, die de mensen onrecht
aandoen en ten onrechte in het land opstand veroorzaken. Dezen zullen
een pijnlijke straf ontvangen. (Koran 42: 42)
Dit alles maakt duidelijk dat het organiseren van terroristische aanslagen
op onschuldige mensen volledig tegen de Islam indruist en dat geen moslim
zoiets kan uitvoeren. In tegendeel, moslims zijn er verantwoordelijk voor
om deze mensen te stoppen, gewelddadigheden van de aarde te verwijderen
en in de hele wereld vrede en veiligheid te brengen. Islam kan niet met
terreur in verband gebracht worden; in tegendeel, het is de oplossing
voor het probleem van terrorisme en de weg naar de verhindering daarvan.
God heeft het Kwade verdoemd
God heeft de mensen bevolen, geen kwaad uit te oefenen; onderdrukking,
moord en bloedvergieten zijn allemaal verboden. Degenen die deze geboden
niet naleven, worden beschreven als "Satans' voetstappen volgend" en er
wordt duidelijk geopenbaard in de Koran dat dit zondig is. Enige van de
vele verzen in de Koran over dit onderwerp zijn als volgt:
En degenen, die het verbond van Allah breken nadat zij
het hadden bevestigd en hetgeen Allah heeft bevolen verenigd te zijn,
afsnijden en op aarde wanorde stichten, hen treft de vloek en zij zullen
een slecht tehuis hebben. (Koran 13: 25)
En toen Mozes om water voor zijn volk bad zeiden Wij:
"Sla op de rots met uw staf" en er ontsprongen twaalf bronnen uit, waardoor
elke stam zijn drinkplaats kende. Eet en drinkt van wat Allah heeft voortgebracht
en wandelt niet op aarde, onheil stichtende. (Koran 2: 60)
En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend
en roept Hem met vrees en hoop aan. Voorzeker, de Barmhartigheid van Allah
is de goeden nabij. (Koran 7: 56)
Degenen die denken succesvol te zijn door kwaad, oproer en onderdrukking
te veroorzaken en door onschuldige mensen te doden, begaan een grote fout.
God heeft alle van deze vormen van kwaad verboden, terrorisme en geweld
meegerekend, en degenen die deze handelingen verrichten veroordeeld, zoals
uit de volgende vers naar voren komt:
…Voorwaar, Allah laat het werk der kwaadstichters
niet gedijen. (Koran 10: 81)
Er zijn duidelijk vele redenen voor de terreurdaden die tot vandaag aan honderden duizenden mensen het leven gekost heeft. Degenen die zulke daden begaan hebben geen Godsvrees. De moreel die door de religie wordt gepresenteerd is voor hen totaal onbekend.
Toch komen tegenwoordig terroristische aanslagen, genocide en bloedbaden
in de hele wereld voor. Onschuldige mensen worden op brute wijze vermoord
en in landen waar de gemeenschappen tegen elkaar tot haat opgezet worden,
zwemmen in bloed. Deze gruweldaden in landen met verschillende historiën,
cultuur en sociale structuren kunnen specifieke oorzaken en gronden hebben.
Toch is het duidelijk dat de oorzaak een distantiëring van de moraliteit
is, dat op liefde, respect en tolerantie is gebaseerd, zoals bevolen in
de Koran. Als gevolg van het gebrek aan religie, ontstaan er gemeenschappen
die geen Godsvrees kennen en niet geloven dat men in het Hiernamaals verantwoording
moet afleggen. Omdat ze geloven dat ze aan niemand verantwoording verschuldigd
zijn, kunnen ze zonder medelijden, moreel en geweten handelen.
Het bestaan van hypocriete mensen die in naam van God en de religie handelen, maar in wezen zich zodanig organiseren om kwaad uit te oefenen, dat God heeft verdoemd, wordt in de Koran aangegeven. Een vers gaat over een groep van negen mensen die een aanslag op de Profeet (vzmh) beraamden en zweerden in de naam van Allah:
En er waren negen personen in de stad die onrust in het
land stichtten en zich niet wilden verbeteren, Zij zeiden: "Zweert tot
elkander bij Allah, dat wij zeker Salih en zijn familie in de nacht zullen
aanvallen en daarna zullen wij tot zijn bloedverwanten zeggen: "Wij waren
geen getuigen van de vernietiging van zijn familie en wij spreken zeker
de waarheid.". En zij smeedden een plan, en Wij maakten ook een plan (tegen
hen) maar zij bemerkten het niet. (Koran 27: 48-50)
Zoals in dit vers is beschreven, het feit dat als mensen dingen doen "in naam van God" of zelfs in Zijn naam zweren, met andere woorden door hun taalgebruik zichzelf presenteren als zeer religieus, betekent dit niet dat dit in overeenstemming is met de religie. De waarheid ligt in hun daden. Als hun daden "onheil veroorzaken in plaats van welzijn" zoals in het vers naar voren komt, dan kan men er zeker van zijn dat deze mensen niet werkelijk religieus kunnen zijn, en dat het niet hun doel is om de religie te dienen.
Het is onmogelijk voor iemand die Godsvrees kent en de ethiek van de
Islam begrepen heeft, steun te betuigen of te geven aan gewelddadigheden
en misdrijven. Om deze reden is de Islam de oplossing voor het terrorisme.
Wanneer de verheven moraliteit van de Koran is uitgelegd, zal het onmogelijk
zijn voor de mensen om de ware Islam te verenigen met degenen die aan
groepen deelnemen of steunen, wiens doel haat, oorlog en chaos is. Daarom
heeft God onheil verboden:
Wanneer hij gezag heeft, gaat hij in het land rond, om
er wanorde te stichten en de oogst en het nageslacht (van de mens) te
vernietigen, maar Allah houdt niet van wanorde. En wanneer er tegen hem
wordt gezegd: "Vrees Allah", dan spoort de trots hem aan tot verdere zonde.
Daarom is de hel goed genoeg voor hem en voorzeker, deze is een kwade
rustplaats. (Koran 2: 205-206)
Zoals in het bovenste vers blijkt, staat het buiten kijf dat iemand met Godsvrees geen oog kan dichtknijpen bij de geringste daad, die de mensheid kan schaden. Iemand die niet in God en het Hiernamaals gelooft, kan makkelijk elke vorm van kwaad verrichten, aangezien hij denkt dat hij aan niemand verantwoording schuldig is.
Wat als eerste gedaan moet worden om de wereld van het huidige terreurbewind te redden, is om de niet-religieuze concepten, die in de naam van het geloof aangevoerd worden, uit te schakelen en door de mensen (in) de ware ethiek van de Koran te onderwijzen en Godsvrees bij te brengen.
God beveelt ons om goede daden te verrichten
Een moslim is iemand die zich houdt aan de geboden van God en die gewetensvol
zijn leven in overeenstemming met de ethiek, de vrede en de harmonie probeert
vorm te geven, die de Koran verkondigt. Dit leidt tot de vooruitgang van
de wereld en tevens leidt het tot een mooiere omgeving om in te leven.
Zijn doel is om mensen te leiden naar schoonheid, goedheid en welzijn.
De Koran zegt:
Degenen die het leven van burgers bedreigen,
met name die van kinderen moeten zichzelf afvragen: Wat voor misdaad
hebben deze kinderen begaan? Is het plegen van wrede misdaden tegen
onschuldige mensen iets waarvoor geen verantwoording zal worden
gegeven in de presentie van God?
…En doe goed (aan anderen) zoals Allah u goed gedaan
heeft; en schep geen wanorde op aarde, want Allah heeft hen, die onheil
stichten, niet lief. (Koran 28: 77)
Iemand die het islamitische geloof aanneemt, wenst om Gods genoegen en
barmhartigheid te verdienen en toegang tot het paradijs te vinden. Daarom
moet hij serieus zijn best doen en tijdens zijn leven in deze wereld een
moraliteit toe-eigenen die accepteerbaar is voor God. De duidelijkste
verschijnselen van zo'n moraliteit zijn barmhartigheid, belangstelling,
gerechtigheid, eerlijkheid, vergevensgezindheid, nederigheid, geduld en
opofferingsgezindheid. De gelovige zal zich goed gedragen tegen zijn medemens,
goede daden verrichten en goedheid verspreiden. In Zijn verzen beveelt
God:
En Wij hebben de hemelen en de aarde en al hetgeen er
tussen is in waarheid geschapen en het Uur zal zeker komen. Wendt u daarom
op passende wijze (van hen) af. (Koran 15: 85)
…en bewijst vriendelijkheid aan ouders, verwanten,
wezen, de behoeftigen en aan de nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur
die een bloedverwant is en aan de metgezel, de reiziger en aan degenen
die onder uw macht zijn. Voorzeker, Allah heeft de pochers en de opscheppers
niet lief. (Koran 4: 36)
…En helpt elkander in deugdzaamheid en vroomheid
maar helpt elkander niet in zonde en overtreding. En vreest Allah. Waarlijk,
Allah is streng in het straffen. (Koran 5: 2)
Uit deze verzen komt duidelijk naar voren dat het Gods wens is, dat degenen
die in Hem geloven, zich goed gedragen tegenover mensen, om met elkaar
samen te werken als het betreft om het verrichten van goede daden en om
kwaad te vermijden. In een ander vers verklaart God:
In de morele lessen van de Islam zijn de belangrijkste eigenschappen liefde, mededogen, wederzijdse steun, opoffergezindheid, tolerantie en vergevingsgezindheid. In een maatschappij waarin deze moraal daadwerkelijk wordt beleefd, kunnen gewelddadigheid en conflict moeilijk te vinden zijn.
Wie een goede daad verricht zal tienmaal zoveel ontvangen,
maar wie een slechte daad verricht zal alleen een daaraan gelijke vergelding
ontvangen; hen zal geen onrecht worden aangedaan. (Koran 6: 160)
In de Koran beschrijft God Zichzelf als Hij die "elk geheim van het
hart van de mens" kent en waarschuwt de mensen om "alle vormen van kwaad"
te vermijden. Daarom moet een moslim, wat "gehoorzaam aan God" betekent,
duidelijk iemand zijn die zijn best doet om terrorisme te bestrijden.
Een moslim blijft niet onverschillig voor datgene wat er in zijn omgeving
gebeurt, en zal nooit de instelling hebben, dat niets van belang is zolang
het hem maar niet schaadt. Dit om de reden dat hij zich heeft overgegeven
aan God, op het juiste pad is en het goede vertegenwoordigt. Daarom kan
hij niet onverschillig blijven bij wreedheden en terrorisme. In feite
is een moslim de grootste vijand van terrorisme, waarbij mensen worden
gedood, die geen onrecht hebben gedaan. De Islam is tegen elke vorm van
terrorisme en streeft ernaar om het vanaf het begin te voorkomen, met
andere woorden al op het vlak van ideeën. Hij eist dat er tussen
mensen vrede en gerechtigheid heerst en beveelt de mensen om tweedracht,
conflicten en kwaad te vermijden.
God beveelt ons rechtvaardig te zijn
De ware gerechtigheid, die in de Koran wordt geschreven, beveelt de mensen om rechtvaardig te zijn, om niet tussen mensen te discrimineren, de rechten van de mensen te beschermen, onder geen beding geweld toe te staan, de onderdrukten tegen de onderdrukkers bij te staan en de behoeftigen te helpen. In een oordeel bij een geschil vereist het deze gerechtigheid, dat de rechten van beide partijen beschermd worden, dat alle uitgangspunten van een conflict beoordeeld worden, dat geen enkel vooroordeel (een) invloed mag hebben, en dat men objectief, eerlijk, tolerant, barmhartig en meedogend is. Iemand die bijvoorbeeld een gebeurtenis niet in een gematigde manier kan beoordelen en tussen zijn gevoel en emotie wiegelt, zal falen om tot een weloverwogen beslissing te komen en onder de invloed van zulke gevoelens blijven. Maar iemand die zich laat lijden door rechtvaardigheid, moet al zijn eigen gevoelens en denkbeelden opzij zetten. Hij moet alle partijen met rechtvaardigheid behandelen wanneer om zijn hulp wordt geroepen, om onder alle omstandigheden de juiste kant te kiezen (wat juist is) en niet af te wijken van eerlijkheid en de waarheid. Men zou de waarden van de Koran kunnen verinnerlijken, zodat men in staat is de belangen van andere mensen voor zijn eigen belangen in aanmerking te nemen, en zich voor rechtvaardigheid in te zetten, zelfs wanneer dit voor zijn eigen belangen nadelig is. God beveelt: en indien gij rechtspreekt, richt tussen hen met rechtvaardigheid(Koran
5: 42)
In een ander vers beveelt God rechtvaardig te zijn, zelfs wanneer het
nadelig is voor je:
O, gij die gelooft, weest voorstanders der rechtvaardigheid,
getuigen voor Allah, zelfs al was het tegen uzelf, of ouders en verwanten.
Hetzij rijk of arm, Allah is beter dan beiden. Volgt niet de begeerten,
opdat gij niet onrechtvaardig zult zijn. En als gij de waarheid omzeilt
of er u van afwendt, Allah is goed op de hoogte van wat gij doet. (Koran
4: 135)
In de Koran geeft God een uitvoerige beschrijving van gerechtigheid en informeert de gelovigen welke houding ze moeten aannemen (tegenover)bij bepaalde situaties (voorvallen) en op welke wijze men die gerechtigheid moet toepassen. Zo'n aanwijzing is een grote aanmoediging en een genade van God. Op deze grond zijn degenen die geloven ervoor verantwoordelijk om rechtvaardigheid toe te passen op een onverdeelde manier om zowel Gods genoegen te verdienen en om hun leven in vrede en veiligheid door te brengen.
De rechtvaardigheid die God in de Koran beveelt, is de rechtvaardigheid
die tussen alle mensen onderling wordt uitgeoefend zonder op de taal,
ras of cultuur van iemand te letten. De rechtvaardigheid in de zin van
de Koran verandert niet naarmate de plaats, tijd of de mensen veranderen.
Ook hedendaags worden mensen blootgesteld aan wrede en onjuiste behandelingen
vanwege hun huidskleur of hun ras in alle delen van de wereld.
Maar God vertelt ons in de Koran dat één van de doelen van de Schepping in verschillende volken en rassen is, om "elkaar te leren kennen". Verschillende naties of mensen, die allen (de) dienaar van God zijn, moeten elkaar leren kennen, d.w.z. leren over hun verschillende culturen, talen, tradities en bekwaamheden. Kortom, het doel van de Schepping in verschillende rassen en naties betekent geen conflict en oorlog, maar culturele verrijking. Zo'n variatie is een gave in Gods Schepping. Het gegeven dat iemand langer is dan iemand anders of dat zijn huidskleur geel of blank is maakt hem niet superieur tegenover anderen en is ook niet iets om zich voor te schamen. Elk trekje dat iemand heeft, is een resultaat van Gods doelbewuste Schepping, maar heeft in het zicht van God geen waardevolle betekenis. De gelovige weet dat hij alleen voorrang kan krijgen door Godvrezend te zijn en door zijn sterkte in zijn geloof in God. Het volgende vers gaat hierover:
O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en
Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt
kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah.
Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend. (Koran 49: 13)
Zoals God in het vers meedeelt, de rechtvaardigheid die Hij heeft aanbevolen
vraagt om gelijkheid, tolerantie en vreedzame behandeling van iedereen,
zonder dat er wordt gediscrimineerd.
De haat tegenover een groep weerhoudt de gelovige niet om rechtvaardig
te zijn
Haat en woede zijn de voornaamste bronnen van het kwaad en weerhouden mensen om de juiste beslissingen te nemen, degelijk te denken en zich verstandig te gedragen. De mens neigt ernaar anderen, die hun vijandelijk gezind zijn, alle vormen van onrecht toe te schrijven. Ze kunnen deze mensen daden toeschrijven die ze nooit hebben begaan, of valse getuigenissen tegen hen afleggen (tegen ze), hoewel ze weten dat ze onschuldig zijn. Op grond van deze vijandschap kunnen ze het slachtoffer worden van een onverdraagbare onderdrukking. Sommige mensen vermijden (om) getuigenissen af te leggen die ten gunste zouden zijn van de mensen met wie ze een meningsverschil hebben alhoewel ze weten dat ze onschuldig zijn en houden bewijs achter, dat hun onschuld kan bewijzen. Ze kijken toe, vol leedvermaak over de ellende, onrecht of lijden die de mensen wordt aangedaan en anderzijds is het hun grootste zorg dat gerechtigheid moet geschieden en de onschuld van deze mensen moet worden bewezen.
Om deze redenen is het zeer moeilijk voor de mensen in corrupte maatschappijen om elkaar te vertrouwen. Mensen vrezen ervoor dat ze ooit door iemand ten val (gebracht) kunnen worden gebracht. Met het verlies van wederzijds vertrouwen, hebben ze ook menselijke gevoelens zoals tolerantie, broederschap en gevoel tot saamhorigheid verloren en beginnen elkaar te haten.
De gevoelens echter, die iemand in zijn hart draagt voor iemand anders of tegen een gemeenschap, zouden nooit de beslissingen van een gelovige moeten beïnvloeden. Ongeacht hoe immoreel of vijandig de persoon tegenover hem is, de gelovige zet al zijn gevoelens opzij en handelt en beslist rechtvaardig en beveelt datgene aan dat rechtvaardig is. Zijn gevoelens tegenover die persoon werpen geen schaduw over zijn wijsheid en geweten. Zijn geweten inspireert hem daartoe om in overeenstemming met Gods bevelen te handelen en fatsoen en hoffelijkheid nooit buiten acht te laten. Want dit is een bevel dat God aan de gelovigen in de Koran heeft gegeven:
O, gij die gelooft, weest oprecht voor Allah en getuigt
met rechtvaardigheid. En laat de vijandschap van een volk u niet aansporen,
om onrechtvaardig te handelen. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij
de vroomheid en vreest Allah, voorzeker, Allah is op de hoogte van hetgeen
gij doet. (Koran 5: 8)
Zoals in het vers is verklaard, vereist het een rechtvaardige houding om de moraal van de Koran te evenaren. Een gelovige weet dat hij Gods genoegen kan bereiken, alleen als hij rechtvaardig handelt. Iemand die getuige is van zijn manieren zal deze persoon vertrouwen, zich gerust voelen in zijn aanwezigheid en zal hem elke verantwoordelijkheid of taak toevertrouwen. (met elke verantwoordelijkheid of taak) Zulke mensen worden zelfs door hun vijanden met respect behandeld. Hun houding kan er zelfs ertoe leiden dat mensen in God gaan geloven.
De Islam verdedigt de vrijheid van meningsuiting
De Islam is een religie die de vrijheid van ideeën, gedachten en levens waarborgt. De Islam heeft geboden (vervaardigd) om spanningen, geschillen, laster en zelfs negatieve gedachten tussen mensen te verhinderen. In dezelfde mate zoals de Islam terreur en elke soortgelijke gewelddadigheid afwijst, verbiedt het zelfs ook de geringste toepassing van ideologische dwang.
Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste
pad is van dwaling onderscheiden; derhalve, hij die de duivel verloochent
en in Allah gelooft, heeft een sterk houvast gegrepen, dat onbreekbaar
is. Allah is Alhorend, Alwetend. (Koran 2: 256)
Vermaant hen daarom want gij zijt slechts een vermaner;
Gij zijt geen waker over hen. (Koran 88: 21-22)
Om iemand te dwingen een geloof aan te hangen of haar geloofsvormen (en beoefeningen) aan te nemen, druist volledig in tegen de geest en wezen van de Islam. Volgens de Islam is het ware geloof alleen mogelijk met vrije wil en gewetensvrijheid. Natuurlijk kunnen moslims elkaar adviseren en aanmoedigen de morele beginselen van de Koran te verwezenlijken. Elke moslim is ermee toevertrouwd om de mensen op een onopdringerige en nette manier (van) de ethische rijkdom van de Koran uit te leggen. In overeenstemming met het volgende vers worden ze (ermee) verzocht, de schoonheden van de religie toe te lichten: "Roep tot de weg van uw Heer met
wijsheid en goede raad…"(Koran 16:125).
Maar gelijktijdig moeten ze zich ook van dit vers bewust zijn: Hen
te leiden is niet uw plicht, maar Allah leidt wie Hij wil.(Koran
2:272)
Ongeacht wat iemand anders religie of geloof
ook is; joods, christelijk, boeddhistisch, of Hindu, moslims worden
in de Koran opgeroepen om tolerant, vergevend, en rechtvaardig tegenover
hen te zijn.
Ze zullen nooit naar dwangmiddelen grijpen of vormen van psychische druk
uitoefenen. Ze zullen ook geen wereldlijke privileges gebruiken om iemand
tot het geloof te lokken. Wanneer ze een negatieve respons krijgen (om
wat ze zeggen), zullen de moslims in de zin van het volgende vers antwoorden:
Derhalve voor u uw godsdienst en voor mij mijn godsdienst.
(Koran 109: 6)
De wereld waarin we leven bevat gemeenschappen met allerlei religies
of overtuigingen: christelijk, joods, boeddhistisch, hindoeïstisch,
atheïstisch, deïstisch en zelfs natuurreligies. Moslims die
in zo'n wereld leven moeten tolerant zijn tegen alle geloven, ongeacht
wat ze ook zijn, en moeten zich vergevingsgezind, rechtvaardig en humanitair
gedragen. Deze verantwoordelijkheid die de gelovigen hebben, is om mensen
tot de schoonheid van de religie van God uit te nodigen door vrede en
tolerantie. De beslissing om deze kwaliteiten (niet) toe te passen en
(niet) te geloven ligt bij de andere partij. Om deze persoon te dwingen
of iets aan hem op te dringen is in tegenstrijd met de ethiek van de Koran.
God zegt zelfs het volgende hierover:
En indien uw Heer had gewild, zouden allen die op aarde
zijn, zeker tezamen hebben geloofd. Wilt gij de mensen dan dwingen, gelovigen
te worden? (Koran 10: 99)
Wij weten het beste wat zij zeggen en gij zijt er niet
om hen te dwingen. Vermaan dus met de Koran hem die Mijn bedreiging vreest.
(Koran 50: 45)
Een model van de samenleving, waarin mensen gedwongen zijn om religieuze
plichten na te komen, druist volledig tegen de Islam in. Geloof en het
belijden zijn alleen van waarde indien zij gericht zijn naar God door
de vrije wil van het individu. Wanneer een systeem tot het geloven en
verrichten van de religieuze plichten dwingt, zijn de mensen alleen uit
vrees voor dit systeem "gelovig". Religie kan vanuit dit punt alleen dan
geldigheid hebben, als het in een omgeving van gewetensvrijheid geleefd
wordt waar men het genoegen van God tot doel heeft.
In 1492 werden de joden die weigerden tot de christelijkheid te bekeren, verbannen uit Spanje door Koning Ferdinand en Koningin Isabella (boven). De joden werden opgevangen in de Ottomaanse Rijk, een haven van de islamitische rechtvaardigheid en tolerantie.
De geschiedenis van de Islam is vol met voorbeelden
van tolerante islamitische heersers, die alle religies respecteerden en
persoonlijk opkwamen voor de oprichting van religieuze vrijheid. Thomas
Arnold, een Britse missionair in dienst van de Indische regering, beschreef
de liberale houding van de Islam in deze woorden:
We horen niks over een georganiseerde poging om de Islam dwangmatig te laten accepteren, noch van een systematische vervolging om het christelijke geloof uit te bannen. Als de kaliefen hadden gekozen om (een) van deze twee opties gebruik te maken, dan hadden ze het Christendom net zo makkelijk weg kunnen vagen als Ferdinand en Isabella de Islam uit Spanje hadden weggevaagd. Of zoals Louis XIV het protestantisme in Frankrijk strafbaar maakte, of zoals de joden voor 350 jaar lang uit Engeland werden geweerd. De Oosterse kerken in Azië waren met de rest van het Christendom volledig van de gemeenschap afgesneden, en niemand had met betrekking daarop een vinger verhoven, om ze als een ketterse maatschappij te hekelen.De feitelijke overleving van deze kerken tot aan de huidige tijd is een sterk bewijs van de algemeen tolerante houding van de islamitische regeringen tegenover hen.1
God verbiedt de moord op onschuldige mensen
Om een mens zonder rechtmatige reden te vermoorden, is een grote zonde,
dat in de Koran geschreven is:
.dat wie (ook) een mens doodt, (behalve wegens) als vergelding voor een ziel of het scheppen van wanorde op aarde, het ware alsof hij het gehele mensdom had gedood, en voor hem, die iemand het leven schenkt, alsof hij aan het gehele mensdom het leven heeft geschonken. En voorzeker Onze boodschappers kwamen met duidelijke tekenen tot hen en toch - werden daarna -velen hunner op aarde tot overtreders. (Koran 5: 32)
En zij die geen andere goden naast Allah aanroepen noch iemand doden, wat Allah heeft verboden, tenzij met recht.En die geen (noch overspel)ontucht plegen; want (en) wie dat doet zal een straf ondergaan. (Koran 25: 68)
De bovenstaande verzen maken duidelijk dat degene die een onschuldig mens zonder reden vermoordt, een pijnlijke afstraffing zal krijgen. God deelt ons zelfs mee, dat het vermoorden van een persoon een net zo'n grote zonde is als het vermoorden van de gehele mensheid. Niemand die de grenzen van God respecteert, kan een enkele mens schaden, laat staan de moord op duizenden onschuldige mensen. Degenen die aannemen dat ze het gerecht en dus ook straf kunnen ontlopen, zullen nooit hierin slagen, want ze zullen zich moeten verantwoorden (in de aanwezigheid van) tegenover God. Dat is waarom gelovigen, die weten dat ze na de dood verantwoording moeten afleggen over hun daden (in de aanwezigheid van)tegenover God, zeer bedachtzaam zijn om de grenzen die door God zijn gemaakt niet te overschrijden.
God beveelt de gelovigen meedogend en barmhartig te zijn
Een van de verzen waarin de islamitische ethiek wordt verklaard is als
volgt:
Bovendien behoort hij (die dit doet) tot hen, die geloven
en elkander aansporen tot geduld en die elkander aansporen tot barmhartigheid.
Dezen zullen aan de rechter hand zijn. (Koran 90: 17-18)
Zoals we in dit vers hebben gelezen, één van de belangrijkste
kenmerken van het moreel, dat de gelovigen tot de redding op de Dag des
Oordeels zal leiden en zal helpen om het paradijs binnen te gaan, zijn
"die geloven en elkander aansporen tot geduld en die elkander aansporen
tot barmhartigheid".
De ethiek van de Islam stelt alle mensen een leven vol vrede, welzijn, liefde en vreugde in het uitzicht.
De ware bron van barmhartigheid is de liefde voor God. De liefde die
iemand heeft voor God, zorgt er ook voor dat hij liefde voelt voor alle
scheppingen die God heeft gecreëerd. Deze sterke liefde en innigheid
die hij voor God voelt, die hem en de gehele mensheid heeft gecreëerd,
leidt hem ertoe dat hij een aangename moraal vertoont, zoals beschreven
wordt in de Koran. Ware barmhartigheid treedt naar voren, wanneer hij
volgens deze moraal leeft. Dit model van moraal; dat liefdevol, barmhartig
en opofferingsgezind inhoudt, wordt in de volgende verzen beschreven:
En laat hen, die rijkdommen en overvloed onder u bezitten
niet ophouden te geven aan verwanten en behoeftigen en hun die hun huizen
terwille van Allah hebben verlaten. Laten zij vergeven en lankmoedig zijn (over het hoofd
zien). Wenst gij niet dat Allah u zou vergeven? Allah is Vergevensgezind,
Genadevol. (Koran 24: 22)
En degenen die zich in de stad hebben gehuisvest en(anderen)
vóórgingen in het geloof, hebben diegenen lief, die tot
hen de toevlucht nemen, en gevoelen geen behoefte in hun hart aan hetgeen
hun gegeven wordt, zij geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren
zij zelf in armoede. En wie voor zijn eigen gierigheid wordt behoed,
hij is voorzeker geslaagd. (Koran 59: 9)
…En degenen die hun schuilplaats verstrekken en
hen helpen zijn de ware gelovigen. Er is voor hen vergiffenis en een waardige
voorziening. (Koran 8: 74)
En aanbidt Allah en vereenzelvigt niets met Hem en bewijst
vriendelijkheid aan ouders, verwanten, wezen, de behoeftigen en aan de
nabuur, die een vreemdeling is en de nabuur die een bloedverwant is en
aan de metgezel, de reiziger en aan degenen die onder uw macht zijn. Voorzeker,
Allah heeft de pochers en de opscheppers niet lief. (Koran 4: 36)
De aalmoezen zijn alleen voor de armen en de behoeftigen
en voor degenen die daarbij werkzaam zijn en voor degenen wier hart verzoend
is en voor de slaven en voor degenen die schuld hebben en voor de zaak
van Allah en voor de reiziger: dit is een gebod van Allah. En Allah is
Alwetend, Alwijs. (Koran 9: 60)
.Terwijl het terrorisme naar
een maatschappij streeft, waarin geweld, angst, bezorgdheid en chaos
heersen.
Dit hoge niveau van moraal, dat zoals in de Koran is geschreven, van
de gelovigen wordt verlangd, komt voort uit hun diepe liefde voor God.
Dankzij hun toewijding aan Hem, houden ze zich nauwgezet aan de morele
maatstaf, die God in de Koran heeft vastgelegd. De gelovigen proberen
de mensen nooit het gevoel te geven dat ze iets schuldig zijn, vanwege
hun bijdrage die ze geven en de hulp die ze geven, en verwachten er zelfs
geen dank voor. Hun echte doel is om Gods genoegen te winnen door de moraal
die ze tonen, omdat ze weten dat ze verantwoording moeten afleggen voor
die moraal op de Dag des Oordeels. God heeft uitdrukkelijk in de Koran
duidelijk gemaakt dat degenen die met opzet de moraal van de Koran niet
naleven in de hel zullen belanden:
"Wat heeft u in de hel gebracht?" Zij zullen antwoorden:
"Wij behoorden niet tot hen die plachten te bidden.Noch voedden wij de
armen. (Koran 74: 42-44)
Grijpt hem en boeit hem. Werpt hem dan in de hel. Bindt
hem vervolgens met een ketting vast waarvan de lengte zeventig armlengten
bedraagt; Want hij geloofde niet in Allah, de Grote. Noch moedigde hij
aan, de armen te spijzigen (Koran 69:30-34)
Hebt gij hem gezien die deze godsdienst loochent? Het is degene die de wees verstoot, hij spoort anderen niet aan de armen te voeden. (Koran 107: 1-3)
Noch spoort elkander aan, de armen te voeden. (Koran
89: 18)
De islamitische moraliteit gebiedt de moslims
om de rechten van wezens en degenen in armoede en de behoeftigen te
beschermen, om elkaar wederzijds te ondersteunen en om elkaar goedgezind
te zijn.
Zoals uit de bovenstaande verzen blijkt, de moslim die in de Koran wordt
omschreven bezit een liefdevol en meedogend karakter. Niemand die deze
morele kwaliteiten bezit, kan terrorisme of een ander vorm van gewelddadigheid,
die tegen onschuldige mensen worden uitgeoefend, goedkeuren. De karaktertrekken
van de terroristen zijn juist de tegenpool van de moraal van de Koran.
Een terrorist is een meedogenloze mens, die de wereld met haat aankijkt
en wil moorden, verwoesten en bloed vergieten.
Een moslim, die in de ethiek, zoals in de Koran wordt openbaard, wordt
opgevoed, benadert iedereen met de liefde zoals in de Islam wordt verwacht,
respecteert alle soorten ideeën, probeert altijd harmonie te brengen
waar onenigheid heerst, spanningen te verminderen, rekening te houden
met alle kanten en gedraagt zich gematigd. Gemeenschappen die uit zulke
mensen bestaan, zullen door een méér ontwikkelde cultuur
geheerst worden en de mensen zullen een hoger niveau aan sociale ethiek,
harmonie, gerechtigheid en welvaart ervaren dat zelfs in de modernste
staten niet kan worden gezien.
God heeft vergeving en tolerantie bevolen
Het concept van vergeving en tolerantie, dat in de woorden "Neig
u tot vergiffenis" (Koran 7: 199) beschreven is, is een van de
fundamentele beginselen van de Islam.
Wanneer men naar de geschiedenis van de Islam kijkt, kan men duidelijk
inzien dat moslims dit belangrijke element van de ethiek van de Koran,
in het sociale leven hebben overgebracht. Zoals we in de latere delen
van het boek zullen zien, hebben de moslims overal waar ze heen gingen
een atmosfeer van vrijheid en tolerantie met zich meegebracht. Ze maakte
het mogelijk voor mensen wiens religie, taal en cultuur totaal verschillend
waren, om onder één dak samen te leven in vrede en harmonie, waarbij vrede
was gewaarborgd. Eén van de belangrijkste redenen voor het eeuwenlang
durende bestaan van het Ottomaanse Rijk, dat over een enorme regio was
verspreid, was de atmosfeer van tolerantie en begrip dat de Islam met
zich mee bracht. Moslims die om hun tolerantie en liefhebbende karakters
eeuwenlang bekend stonden, waren altijd de meest rechtvaardige en meest
barmhartige mensen. In deze multinationale structuur konden alle etnische
groepen geheel volgens hun eigen religies en tradities leven.
In maatschappijen waarin de islamitische moraliteit wordt gerealiseerd, kunnen kerken, moskeeën en synagogen vredig naast elkaar bestaan. Deze aanzicht van de drie godsdienstplekken in een institutie voor de daklozen en laat de tolerantie, rechtvaardigheid en het streven naar vrede zien dat door de leer van de Islam kan worden verwezenlijkt.
Tolerantie in de ware zin kan de wereld vrede en welvaart brengen, wanneer
men zich aan de richtlijnen houdt, die geschreven staan in de Koran. Het
volgende vers gaat hierover: "Het goede en kwade
zijn niet gelijk. Daarom weerstaat (het kwade) door hetgeen best is. Dan
ziet, degene met wie gij vijandschap hebt, hij zal als uw boezemvriend
worden". (Koran 41: 34)
In de verzen van de Koran heeft God vergeving altijd als een superieure eigenschap beschreven, en in een vers wordt het goede nieuws gegeven dat zo'n gedrag beloond zal worden: "Doch de vergelding van het kwade is het daaraan gelijke; maar wie vergeeft en verbetering voor ogen houdt, zijn loon rust bij Allah. Voorzeker, Hij houdt niet van de onrechtvaardigen". (Koran 42: 40). In een ander vers heeft hij de gelovigen als volgt omschreven: "Zij, die in voorspoed en in tegenspoed wel doen en zij, die toorn onderdrukken en mensen vergeven; Allah heeft hen die goed doen, lief". (Koran 3: 134).
God openbaart in de Koran dat het een deugdzaam gedrag is om iemand te vergeven zelfs als hij iets slechts heeft gedaan. Een vers met dit thema luidt: …en gij zult hen altijd oneerlijk bevinden op enkelen na,
derhalve vergeef hen en wendt u van hen af. Voorzeker, Allah heeft degenen,
die goeddoen, lief. (Koran 5: 13)
Dit alles toont dat het moreel, dat de Islam aan de mensheid beveelt,
de deugden van vrede, harmonie en gerechtigheid brengt. De barbaarsheid
die als terrorisme bekend staat, dat tegenwoordig de hele wereld zo bezighoudt,
is het werk van onwetende en fanatieke mensen, die van de ethiek van de
Koran volledig zijn ontvreemd en absoluut niks met religie hebben te maken.
De oplossing voor deze personen en groepen, die onder het mom van religie
hun wildheid tonen, is om ze de ware moraliteit van de Koran te leren.
Met andere woorden, de Islam en de ethiek van de Koran zijn de oplossingen
voor de plaag van terrorisme en niet de voorstanders ervan.
.Allah is Liefderijk en Genadevol jegens de mensen. (Koran 2:143)
1. Prof. Thomas Arnold,
The Spread of Islam in the World, A History of Peaceful Preaching, Goodword
Books, 2001, p. 79-80